Acute hersenschade na koppen? 'Al bij twee à drie kopballen zijn significante verschillen te zien'

maandag, 18 mei 2026 (19:20) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Amsterdam UMC publiceerde maandag nieuw onderzoek waaruit blijkt dat amateurvoetballers direct na een wedstrijd hogere concentraties in het bloed hebben van stoffen die wijzen op acute hersenschade, als zij tijdens de wedstrijd koppen. Bewegingswetenschapper Marloes Hoppen leidde de studie, waarbij 302 mannelijke amateurspelers werden onderzocht tijdens elf wedstrijden. Gemiddeld kopte een speler ongeveer twee keer per wedstrijd; al bij twee à drie kopballen waren statistisch significante veranderingen in bloedmarkers zichtbaar, en hoe meer of harder er werd gekopt, hoe groter die effecten.

Het onderzoek vult een eerdere leemte: eerder werk toonde al een verhoogd risico op dementie bij profvoetballers (Schotse onderzoeken in 2019, Zweeds onderzoek in 2023) en er is in Nederland één casus met een oorzakelijk verband tussen koppen en ernstige dementie (Wout Holverda). Maar een directe, acute fysiologische link bij amateurspelers was nog niet aangetoond. De onderzoekers benadrukken dat de studie enkel acute veranderingen meet; wat dit op de lange termijn betekent voor het risico op dementie of blijvende schade is nog onduidelijk.

De studie werd uitgevoerd in samenwerking met de KNVB en levert input voor beleid. Eerder adviseerden de Gezondheidsraad en de Nederlandse Sportraad al terughoudendheid: de Gezondheidsraad pleitte voor veel minder kopballen en de Sportraad bepleitte een kopverbod tot en met twaalf jaar, terwijl de KNVB in zijn richtlijnen onder meer pleit voor training op “verantwoorde koptechniek” en een limiet van kopballen per training (jeugd maximaal twaalf). De onderzoekers merken op dat het begrip ‘verantwoorde koptechniek’ wetenschappelijk niet helder is en dat hun studie niet onderzocht heeft of techniek het risico vermindert.

Als praktische maatregel noemen de auteurs aanpassingen rond hoogenergetische ballen — ballen die meer dan twintig meter door de lucht reizen, zoals doeltrappen en corners — om koppen daarvan te beperken. Suggesties die genoemd worden zijn onder meer dat een doeltrap eerst moet stuiteren voordat de bal met het hoofd mag worden geraakt, maar uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij organisaties als de KNVB.

Vervolgonderzoek staat gepland: herhaling bij vrouwelijk amateurvoetbal (om mogelijke geslachtsverschillen te onderzoeken) en het volgen van spelers over een heel seizoen om het verloop van deze acute effecten te beschrijven. Een definitief causaal verband tussen levenslange blootstelling aan kopballen en dementie blijft moeilijk aantoonbaar, maar de auteurs zien hun resultaten als een belangrijk puzzelstuk in het bredere debat over koppen en hersengezondheid.