Actrice Maria Kraakman over Dodenherdenking én de tijdgeest: 'Alles is tegenwoordig politiek, echt supervermoeiend'
In dit artikel:
Acteur Maria Kraakman (50) heeft een rijk carrièrepad achter de rug—tientallen rollen in theater, film en tv en de belangrijkste prijzen op haar naam—maar blijft relatief onbekend bij het grote publiek. Ze staat niet in de schijnwerpers van commercieel entertainment, werd nooit gevraagd voor tv-quizzen als De Slimste Mens en kiest bewust voor inhoudelijk werk boven faam. Tegelijk erkent ze: “Het is een illusie dat je controle hebt over je leven.”
Kraakman arriveert voor het interview in Studio 1 van Internationaal Theater Amsterdam, vers van de laatste voorstelling van Prima Facie, de monoloog waarin ze een 36‑jarige strafrechtadvocate speelt die zedendelinquenten verdedigt en zelf het slachtoffer wordt van seksueel geweld. Voor dit stuk kreeg ze in 2024 de Theo d’Or. Hoewel ze weinig rust heeft na die tourneeperiode, bereidt ze zich al voor op een nieuw project: Nog niet afgelast, een monoloog die op 4 mei in Koninklijk Theater Carré wordt gespeeld als bijdrage aan Theater Na de Dam.
Nog niet afgelast kijkt met behulp van het leven en denken van Hannah Arendt naar hoe de Tweede Wereldoorlog doorwerkt in het heden: wie en wat herdenken we op 4 mei, en hoe vormen uiteenlopende herinneringen en opinies samen een gedeeld narratief? Kraakman speelt Thea Kaptein, creatief producent en zelf een grote bewonderaarster van Arendt. In de voorstelling botsen Arendts filosofische inzichten en Thea’s persoonlijke betrokkenheid: het stuk onderzoekt voorstellingsvermogen, de maakbaarheid van werkelijkheid door taal en beeld, en het belang van je kunnen verplaatsen in de ander om haat en onverdraagzaamheid tegen te gaan.
De actrice is duidelijk bezorgd over de hedendaagse politieke atmosfeer. Ze zegt dat politieke begrippen tegenwoordig fungeren als “hondenfluitjes” en dat veel termen zodanig geladen zijn dat ze onbedoeld verkeerd geïnterpreteerd worden. In plaats van het woord ‘polarisatie’ te gebruiken, wil ze focus leggen op concrete problemen: het vaak tegenover elkaar zetten van leed en de zogenaamde ‘kommercompetitie’ waarin pijn en slachtofferschap worden vergeleken. Haar antwoord op die verdeeldheid is het theaterritueel zelf: samen in een zaal zitten, geloven in het verhaal op het podium en daarna het gesprek aangaan, dat volgens haar verbindend en empathie‑bevorderend werkt.
Privé werkt Kraakman veel samen met scenarist en partner Vincent van der Valk, die dieper in Arendts werk zit en mede verantwoordelijk is voor de tekst van Nog niet afgelast. Ze geeft toe dat filosofie haar soms te zwaar valt, maar dat Vincent haar helpt de materie te ontsluiten. Kraakman ziet acteren als dienstbaarheid: een doorgeefluik van iets groters waarbij het erop aankomt de ego’s opzij te zetten en overgave te tonen aan de gezamenlijke ervaring van publiek en makers. Dat gevoel van ‘het klopte’ staat voor haar boven het idee dat ze het zelf goed gedaan zou hebben.
Leeftijd en loopbaan spelen ook een rol in het gesprek. Hoewel veel regisseurs en castingpraktijken vrouwen van middelbare leeftijd andere rollen toeschrijven, merkt Kraakman nog geen ingrijpende omslag in haar werkpatroon. Ze voelt wél een interne terughoudendheid, bijvoorbeeld bij het spelen van jongere personages zoals Tessa in Prima Facie. Ze reflecteert op onzekerheden die bij de leeftijd horen, maar ziet die momenten vooral als fasebepalingen: soms twijfel, soms acceptatie. Praktisch voordeel van haar situatie is dat ze geen kinderen heeft en dus veel ‘ja’ kan zeggen tegen verrassende projecten.
Kraakman heeft zich de afgelopen jaren teruggetrokken uit de roddel- en glossy‑cultuur en is minder actief op sociale media; ze noemt die platforms verslavend en politiek vermoeiend. De overstap van Rotterdam naar Baarn onderstreept een voorkeur voor rust, familie en natuur: de seizoenen en de boslucht geven haar relativering en houvast. Ze noemt zichzelf op het werk een controlfreak—precisie en gekozenheid zijn belangrijk—terwijl ze in het grote plaatje van haar leven juist accepteert dat veel onvoorspelbaar is.
Kortom, Maria Kraakman profileert zich als een acteur die kunst en maatschappelijke reflectie wil verbinden. Met recent succes in Prima Facie en een nieuwe, geëngageerde bijdrage aan Theater Na de Dam probeert ze met voorbeelden uit Arendts denken aandacht te vragen voor empathie, collectieve herinnering en de kracht van theater als plek waar tegenstellingen besproken en mogelijk begrepen kunnen worden.