Achter onze pakketverslaving schuilt een hardnekkig systeem van uitbuiting
In dit artikel:
Op 30 september voerden politie, Arbeidsinspectie, Belastingdienst en Douane een grote controle uit bij een distributiepunt van DHL in het Westelijke Havengebied van Amsterdam. De actie volgde op meldingen over illegale tewerkstelling, zwartwerk, onderbetaling, mogelijk vervoer van verboden goederen en witwassen; ook bestond het vermoeden dat sommige chauffeurs zonder juiste vergunning reden. Medewerkers beschreven hoe tientallen voertuigen het terrein opreden, politieposten de uitgangen blokkeerden en vijftig medewerkers werden geïdentificeerd.
De inval past in een langer patroon. In de afgelopen jaren trof de Arbeidsinspectie herhaaldelijk onregelmatigheden bij depots van de grote pakketbedrijven: in 2023 werden in Alphen aan den Rijn vier vermoedelijk onderbetaalde asielzoekers zonder werkvergunning aangetroffen; in 2024 waren er soortgelijke vondsten in Arnhem. Tussen 2019 en 2021 legde de Inspectie bijna 4 miljoen euro boetes op aan zowel onderaannemers als hoofdopdrachtgevers en waarschuwde dat hardnekkige misstanden tot sluiting van bedrijfsonderdelen konden leiden.
Nederland verstuurt per jaar enorme aantallen pakketjes (ongeveer 494 miljoen, gemiddeld 59 per huishouden). Circa 70 procent van de bezorging gebeurt via honderden onderaannemers die in kleine, vaak fragiele bedrijven werken met eigen personeel of zzp’ers. Die ketenstructuur maakt kosten en risico’s verschuifbaar: de grote spelers (PostNL, DHL, DPD, GLS) gebruiken onderaannemers als flexibele schil, terwijl vakbonden en toezichthouders signaleren dat dit systeem kwetsbare werknemers – veelal arbeidsmigranten – blootstelt aan te zware lasten, te lage lonen en slechte arbeidsvoorwaarden.
Maatregelen die de vier pakketreuzen sinds 2020 namen, zoals strengere screenings, poortcontroles en het keurmerk PayChecked, hebben volgens toezichthouders en belangenorganisaties weinig structureel verandert. De Stichting VNB vindt dat bij controles nog in ongeveer 90 procent van de gevallen cao-overtredingen worden vastgesteld; het keurmerk wordt door sommigen gezien als onvoldoende waarborg tegen zwartbetaling en schijnconstructies. De Wet Aanpak Schijnconstructies biedt theoretisch ketenaansprakelijkheid, maar in de praktijk vormt de drempel voor individuele loonvorderingen een groot obstakel.
Oorzaken zijn economisch: onderaannemers werken vaak met marges van rond de 5 procent, kampen met leasekosten voor bestelwagens en moeten concurreren om routes te behouden. Dat zet aan tot ‘creatieve’ boekhouding en soms deeltijdse of zwarte uitbetaling. Arbeidsrechtsexperts wijzen vooral naar politieke keuzes: handhaving is ontoereikend door te weinig middelen, waardoor overtredingen economisch aantrekkelijk blijven.
Samengevat toont de inval in Amsterdam een hardnekkig probleem: een massale, commerciële pakketmarkt die voor efficiëntie kiest en daarbij verantwoordelijkheid en toezicht in de keten laat verslonzen. Toezichthouders, vakbonden en onderzoekers roepen op tot stevigere handhaving en structurele maatregelen, omdat vrijwillige verbeteringen en certificaten onvoldoende blijken om misstanden definitief te stoppen.