Achter immigratie zit het probleem van migratie

zaterdag, 19 september 2026 (09:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Ds. M. van Reenen betoogt dat discussies over immigratie vaak voorbijgaan aan een dieper probleem: niet alleen mensen uit Afrika en het Midden-Oosten zijn mobiel geworden, maar de hele wereldbevolking is steeds meer in beweging. Hij stelt daarom de vraag waarom een westerling zonder veel bezwaar naar Bali kan reizen of een Randstedeling naar een Veluws dorp kan verhuizen, terwijl Afrikanen en andere niet-westerlingen uit Europa geweerd worden.

Van Reenen reageert onder meer op de gedachte dat immigratie in dorpen als Urk en Staphorst weinig verandert omdat het aandeel nieuwkomers klein is. Volgens hem kan juist een kleine minderheid in een gesloten gemeenschap grote gevolgen hebben. Gewoonten zoals dialect, omgangsvormen en lokale tradities blijven vanzelfsprekend zolang vrijwel iedereen eraan meedoet. Zodra een gemeenschap diverser wordt, worden die gewoonten minder automatisch doorgegeven. Immigratie heeft volgens hem daarom juist in dorpen met een sterk eigen karakter een merkbare invloed.

Tegelijk plaatst hij die ontwikkeling in een bredere historische context. Nederlandse dorpen waren tot ver in de twintigste eeuw grotendeels gevormd door hun eigen bevolking en tradities. Door forensenverkeer, verhuizingen en huwelijken tussen mensen uit verschillende regio’s zijn ook autochtone Nederlanders losgeraakt van hun oorspronkelijke gemeenschap. De aanwezigheid van migranten vormt slechts één onderdeel van deze algemene mobiliteit. Terwijl steden al eeuwenlang mensen uit verschillende gebieden aantrekken, worden inmiddels ook vrijwel alle dorpen ‘opengebroken’.

Volgens Van Reenen geldt die ontwikkeling eveneens voor mensen uit het Midden-Oosten en Afrika. Oorlogen en natuurrampen dwingen velen tot vluchten, maar daarnaast trekken grote aantallen mensen van het platteland naar steden en vervolgens naar het rijke Westen, aangetrokken door de belofte van welvaart en door beelden die via digitale media worden verspreid. Zonder deze wereldwijde migratie zou er volgens hem ook veel minder immigratie zijn.

De auteur verzet zich tegen het idee dat mensen vanzelf goed kunnen functioneren als wereldburgers. Hij ziet de mens, vanuit zijn christelijke overtuiging, als iemand die is geschapen voor kleinschalige, concrete gemeenschappen. Bijbelse voorbeelden zoals Gods belofte aan Abraham, de opdracht van Christus aan specifieke volken en gemeenten, en de nadruk op wonen en verbondenheid ondersteunen die visie. Een Eritrees gezin dat Van Reenen op Urk kende, kon moeilijk wortelen omdat familieleden over verschillende Europese steden verspreid waren; alleen bijeenkomsten met landgenoten gaven nog een gevoel van vertrouwdheid.

De huidige wereldwijde onrust vergelijkt hij met de volksverhuizingen rond de val van het Romeinse Rijk. Die ontwikkeling is volgens hem niet volledig tegen te houden, maar christenen hebben wel een verantwoordelijkheid. Ze moeten vreemdelingen niet alleen materieel helpen, maar hen ook opnemen in een gemeenschap. Zelf zouden ze niet voortdurend op zoek moeten gaan naar een betere plek en, wanneer verhuizen noodzakelijk is, werkelijk onderdeel moeten worden van de lokale samenleving, inclusief haar geschiedenis en gewoonten. Hun diepste verbondenheid ligt volgens Van Reenen uiteindelijk niet in een aardse plaats, maar in het burgerschap van de hemel.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Chris Woerts overtuigd: 'Uitgesloten dat de VVD een breed coalitieakkoord gaat sluiten met PRO'