'Ach, zaten er maar een paar Joden onder de Ayatollahs, dan was ons verzet tegen hen veel harder geweest'

woensdag, 14 januari 2026 (13:01) - Nijmans Nieuwsbriefje

In dit artikel:

Een grootvader vertelt zijn kleinkinderen een bizarre, verzonnen versie van de geschiedenis waarin de democratie is afgeschaft en machtige ingrepen normaal lijken. In zijn verhaal viel Winston Churchill Berlijn binnen, nam Hitler gevangen en in de bunker werden plannen gevonden voor gaskamers. Hitler kreeg een proces en de doodstraf, maar die werd door de Verenigde Naties afgewezen; de VN zouden zelfs gesanctioneerde mensen rondom Hitler hebben willen vrijmaken en aansporen tot arrestatie van Churchill. In Engeland werden beelden voor Churchill opgericht, maar die gingen later omlaag omdat hij volgens de verteller alcoholist was en anti-islamistische opvattingen had — onverenigbaar met de opvattingen van de meeste mensen.

De grootvader haalt ook Nederlandse politiek door elkaar met satirische, scherpe beelden. Hij zegt dat politici links en rijk waren — “rijklinks” — en vertelt hoe hij zelf in de politiek belandde en hard optrad tegen bewoners van grachtenpanden en techondernemers: hoge belastingen, gedwongen dakloosheid, een kopje bouillon en een broodje kaas in ruil voor straatwerk. Dierenverblijven in Artis werden volgens hem gebruikt om politici in op te sluiten; publiek mocht hen bekijken en voederen. Namen als Kati Piri (PvdA-GroenLinks) en Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) komen voorbij als symboolfiguren in dit absurde universum. Ook een Volkskrant-columnist en discussies over Twitter/X, algoritmes en “fake news” passeren de revue.

De vertelling balanceert tussen rechtvaardiging en twijfel: de grootvader noemt zijn maatregelen “moreel” maar erkent dat sommige beslissingen misschien verkeerd waren en wijst op de echtheid van kritiek als men in een andere bubbel zit. Het stuk eindigt met de familie die via een geheime zender naar gebeurtenissen in Iran kijkt — een knipoog naar hedendaagse mediaconsumptie.

De tekst van Theodor Holman is duidelijk satirisch en werkt met een onbetrouwbare verteller: hij mengt werkelijkheid met fictie om commentaar te leveren op populisme, autoritaire verleidingen en de verharding van politieke discussies.