Accijnsverlaging helpt snel bij hoge brandstofprijzen, maar is 'zeer inefficiënt'
In dit artikel:
Nieuwe doorrekeningen van onderzoeksinstituut TNO laten zien dat de impact van de hoge brandstofprijzen sterk ongelijk valt over huishoudens. TNO houdt bij de berekeningen rekening met zowel het aantal gereden kilometers als het type auto.
Een relatief kleine groep ondervindt de grootste klappen: laaginkomenshuishoudens die veel rijden (bovenste helft qua brandstofverbruik) geven bij een prijs van €2,50 per liter gemiddeld ruim 17% van hun inkomen uit aan benzine — circa 225.000 huishoudens. Voor de allermost verreikers binnen die laagste inkomensgroep, die meer dan €244 per maand aan benzine kwijt zijn, loopt dat percentage op tot boven de 30%; bij €3,00 per liter stijgt het voor de kwetsbaarste groep naar 36,4% van het inkomen (ongeveer 130.000 huishoudens). TNO gaat in deze cijfers uit van geen veranderend rijgedrag, al achten zij dat gelet op de kosten onwaarschijnlijk.
Midden-lage inkomens (besteedbaar inkomen €23.000–€36.000) merken de pijn veel minder: bij €3,00 per liter gaat het gemiddeld om 5,7% van het inkomen, en voor de veelrijders binnen deze groep circa 20%. Regionaal zijn vooral Noord-Nederland, Limburg en Zeeland relatief hard geraakt — daar kan bij €2,50/l tot circa 6% van het inkomen naar brandstof gaan, vooral door lagere inkomens en grotere afstanden. In absolute aantallen wonen de meeste kwetsbare huishoudens echter in steden als Amsterdam en Rotterdam. Hogere inkomens blijven procentueel het minst getroffen, ondanks dat zij gemiddeld meer kilometers maken.
TNO wijst erop dat een verlaging van accijnzen onevenredig voordeel oplevert voor welvarenden: bijna 70% van de totale korting zou naar hoge inkomens gaan, slechts 7,3% naar de laagste inkomens. De concrete besparingen zijn beperkt: een accijnsverlaging van €0,10 per liter levert lage inkomens gemiddeld €81 per jaar op, hoge inkomens ongeveer €121.
Uit aanvullend RTL Nieuwspanel-onderzoek blijkt weinig bereidheid om massaal over te stappen op het ov: 47% ziet dat eventueel zitten, terwijl andere maatregelen populairder zijn (thuiswerken 82%, 10 km/u langzamer op snelwegen 64%, autoloze zondag 65%). Vooral plattelandsbewoners noemen het ov vaak onpraktisch vanwege lange reistijden; in de vier grote steden is bereidheid om het ov te gebruiken hoger (65%).
De uitkomsten suggereren dat algemene accijnsverlagingen weinig doelgericht zijn en dat gerichte hulp of maatregelen die mobiliteit en bereikbaarheid lokaal verbeteren effectiever zouden zijn voor de meest kwetsbaren.