„Acceptatie homoseksualiteit door jongeren in refokring afgelopen jaren toegenomen"
In dit artikel:
Nederlandse jongeren staan de laatste jaren duidelijk negatiever tegenover homoseksualiteit. Uit een onderzoek onder elf- tot zestienjarigen blijkt dat het aandeel jongens in het voortgezet onderwijs met een positieve houding daalde van 40 procent in 2021 naar 22 procent in 2025. Onder meisjes nam dit percentage af van 78 naar 51 procent. Sinds 2009 wordt deze houding gemeten; tot voor kort bleef de acceptatie stabiel of nam die toe.
Herman van Wijngaarden van de reformatorische stichting Hart van Homo’s en Wietske Kruyswijk van onderwijsbureau WiSEducatie noemen de ontwikkeling zorgelijk. Kruyswijk merkt tijdens trainingen en workshops op zowel openbare als reformatorische scholen dat leerlingen soms openlijk afwijzend spreken over homoseksuele mensen. Volgens haar gaat het deels om typisch tienergedrag: jongeren nemen uitspraken van ouders of leeftijdsgenoten over en bedoelen die niet altijd diepgaand. Tegelijk wijst de ontwikkeling volgens haar op moeite met verschillen. Jongeren komen via sociale media weinig in aanraking met uiteenlopende verhalen, terwijl de houding in hun omgeving – ook thuis – invloedrijk is.
Van Wijngaarden herkent de landelijke daling niet duidelijk binnen reformatorische kring. Volgens hem is daar juist meer aandacht gekomen voor de veiligheid van homoseksuele leerlingen. Hij noemt als voorbeeld een homoseksuele, celibatair levende ambtsdrager die catechisatie geeft en door jongeren wordt gewaardeerd. Wel blijft binnen deze kring de opvatting bestaan dat seksuele relaties bij een man en een vrouw binnen het huwelijk horen. Volgens Van Wijngaarden kunnen reformatorische jongeren die visie hebben en toch respectvol omgaan met homoseksuele personen.
Ook Kruyswijk ziet dat christelijke scholen de afgelopen jaren veel hebben geïnvesteerd in beleid en een veilig klimaat. Haar organisatie krijgt inmiddels juist vaker hulpvragen van openbare scholen, die moeite hebben om seksuele diversiteit bespreekbaar te maken.
Beide geïnterviewden plaatsen kanttekeningen bij de onderzoeksmethode. Van Wijngaarden vindt het te beperkt om jongeren alleen te vragen of ze positief of negatief tegenover homoseksualiteit staan. Daarmee wordt volgens hem geen onderscheid gemaakt tussen het afwijzen van homoseksuele relaties vanuit een religieuze overtuiging en respect voor de persoon zelf.
De onderzoekers noemen de opkomst van de online ‘manosfeer’ als mogelijke verklaring voor de dalende acceptatie. In deze netwerken en bijbehorende influencers staan traditionele mannelijkheidsbeelden centraal en is soms weinig ruimte voor seksuele diversiteit. Kruyswijk vindt dat een aannemelijke, maar nog onvoldoende onderzochte verklaring. Van Wijngaarden noemt daarnaast de volgens hem dwingende manier waarop de lhbti-beweging aandacht en acceptatie vraagt. Hij benadrukt dat kritiek op beleid of activiteiten zoals Paarse Vrijdag niet automatisch betekent dat iemand homofoob is. Tegelijk stelt hij dat respect en veiligheid voor homoseksuele mensen altijd voorop moeten staan.
Vandaag Inside: Oranje-nieuwkomer Gjivai Zechiël vol vertrouwen: 'Gods plan'