ABP en PFZW laten je eerst een hoger pensioen kiezen via de 100:75-regel, maar vóór je AOW gaat er bijna dubbel zoveel belasting af
In dit artikel:
Wie bij ABP, PFZW of een vergelijkbaar pensioenfonds met pensioen gaat, kan kiezen voor een hoog-laagconstructie. Daarbij ontvangt hij eerst enkele jaren een hogere maanduitkering, waarna levenslang een lager pensioen volgt. De keuze wordt eenmalig gemaakt bij de aanvraag in de pensioenplanner en kan na de eerste uitbetaling niet meer worden aangepast.
Voor werknemers die vóór hun AOW-leeftijd stoppen, kan het fiscaal aantrekkelijker zijn om het pensioen pas op de AOW-datum te laten ingaan. In 2026 valt inkomen vóór de AOW-leeftijd in de eerste schijf onder een gecombineerd tarief van 35,75 procent, inclusief AOW-premie. Vanaf de maand waarin de AOW ingaat, daalt dat tarief in dezelfde schijf naar 17,85 procent. Ook komt vanaf het kalenderjaar waarin iemand de AOW-leeftijd bereikt de ouderenkorting beschikbaar.
De regeling kent een wettelijke 100:75-grens: het lage pensioen moet minimaal 75 procent van het hoge pensioen bedragen. Het hoge bedrag kan bij ABP doorlopen tot de AOW-leeftijd of een zelfgekozen leeftijd tot maximaal 78 jaar. PFZW biedt een hoge periode van maximaal tien jaar. Een bedrag ineens van maximaal 10 procent is pas mogelijk bij pensionering vanaf 1 januari 2029 en mag niet worden gecombineerd met hoog-laagpensioen.
Wie bijvoorbeeld vijf jaar lang jaarlijks 6.000 euro extra pensioen naar voren haalt vóór de AOW-leeftijd, houdt daarvan bij een inkomen onder de relevante grens ongeveer 3.855 euro per jaar over na belasting. Als dezelfde hoge periode pas op de AOW-leeftijd begint, blijft daarvan ongeveer 4.929 euro over. Dat verschil komt neer op circa 1.074 euro netto per jaar, of 5.370 euro over vijf jaar, nog afgezien van de bijdrage voor de Zorgverzekeringswet.
Het voordeel geldt niet onbeperkt. Zodra het totale inkomen boven de eerste belastingschijf van 38.883 euro uitkomt, wordt het meerdere in 2026 tegen 37,56 procent belast. Ook kan de ouderenkorting vanaf een verzamelinkomen van 46.002 euro worden afgebouwd. De precieze uitkomst hangt daarom af van onder meer de hoogte van de AOW, het aanvullende pensioen en de gezinssituatie.
Mensen die binnen een halfjaar met pensioen gaan, doen er volgens het artikel verstandig aan in MijnABP of MijnPFZW minstens drie varianten op nettobasis te vergelijken: een gelijkblijvende uitkering, hoog-laagpensioen vóór de AOW-leeftijd en een hoge uitkering die pas bij de AOW start. De loonheffingskorting mag bovendien maar bij één uitkeringsinstantie worden toegepast. Wie meerdere inkomens ontvangt, kan met een voorlopige aanslag een naheffing voorkomen.
Vandaag Inside: Rob Jetten over belastingplan: 'Kiezen echt voor vooruitgang voor mensen en bedrijven'