Aboutaleb, als je jeugdzorg in brand staat, neem je er geen extra voorzittersklus bij
In dit artikel:
Deze week tekende zich een schrijnend contrast af in de Nederlandse jeugdzorg: aan de ene kant de afschuwelijke gebeurtenissen in Stadskanaal (en eerdere dossiers zoals Vlaardingen) die laten zien dat kinderen onvoldoende worden beschermd; aan de andere kant het bericht dat Ahmed Aboutaleb, voorzitter van Jeugdzorg Nederland, per 1 juli ook voorzitter wordt van VOI©E, de branchevereniging voor collectieve beheersorganisaties van auteurs- en naburige rechten.
Het artikel stelt dat de sector niet louter bestuurlijk faalt maar dat dat direct leed veroorzaakt: gecertificeerde instellingen krijgen tegenslag in rechtbanken, inspecties waarschuwen al jaren, hulp komt te laat, ouders raken verstrikt in rapporten en wachttijden, en professionals lopen vast in een systeem dat structureel faalt. In die context wordt de keuze van Aboutaleb om een extra nevenfunctie te aanvaarden als politiek en moreel misplaatst gezien. Formeel is er niets op tegen, maar politiek-symbolisch wekt het de indruk dat er naast de acute crisis nog ruimte is voor gedeelde aandacht — iets wat de auteur onaanvaardbaar vindt zolang kinderen risico lopen.
De kernkritiek is dat Jeugdzorg Nederland op dit moment geen representatieve of ceremoniële voorzitter nodig heeft, maar een bestuurder die alarmeert, zichtbaar blijft in moeilijke momenten en de sector dwingt tot radicaal zelfonderzoek. Er wordt opgeroepen tot harde, confronterende diagnose: aanwijzen waar organisaties tekortschieten, verantwoordelijkheid innen bij leden en niet alleen blijven verwijzen naar politiek of gemeenten. Volgens de tekst zijn herhaalde patronen zichtbaar — signalen die blijven liggen, te laat toezicht, afschuiven van verantwoordelijkheid — waardoor incidenten steeds opnieuw voorkomen.
Praktisch pleit de schrijver voor volledige focus van leidinggevenden: geen nevenactiviteiten, ingetrokken verlof en dagelijkse prioritering van de vraag of kinderen nu veiliger zijn dan gisteren. Aboutaleb wordt eraan herinnerd dat hij niet alles persoonlijk hoeft op te lossen, maar wel moet laten zien dat hij de uitzonderlijke urgentie begrijpt en bereid is stevig en zichtbaar te blijven totdat de systemische brand is geblust.
Kortom: in een sector waarin legitimiteit en vertrouwen onder druk staan, is de boodschap dat gedeelde aandacht niet volstaat; leiderschap moet zich concentreren op crisisregie, scherpe verantwoordelijkheidstoewijzing en het herstellen van veiligheid voor kinderen.