Abdallah stierf als kindsoldaat in Syrië, zijn moeder staat nu voor de rechter
In dit artikel:
Ayada K. uit Naaldwijk staat vrijdag terecht omdat zij in 2014 haar toen 13-jarige zoon Abdallah meenam naar het gebied dat toen door Islamitische Staat (IS) werd beheerst. Volgens het Openbaar Ministerie zou zij hem daar hebben overgedragen aan het kalifaat; hij werd opgeleid in een militair kamp, werkte later voor de militaire politie van IS en kwam enkele jaren later, op 16‑jarige leeftijd, om tijdens gevechten bij Raqqa. Het OM beschuldigt K. van medeplichtigheid aan het rekruteren van een kindsoldaat — de eerste keer dat zo’n aantijging in Nederland voor een rechtbank komt en daarmee een oorlogsmisdrijf.
K. houdt vol dat haar rol niet actief was: volgens haar bracht haar toenmalige schoonzoon, jihadist Reda N., Abdallah naar het trainingskamp en zij probeerde haar zoon te bevrijden en terug te keren naar Nederland. Familieverklaringen en het OM geven een ander beeld. Na de val van IS zat K. met haar dochter vanaf 2019 in een Koerdische gevangenis; Nederland aarzelde lang om vrouwen en kinderen terug te halen, maar haalde hen uiteindelijk wel terug.
De zaak duurt lang omdat het bewijs van een oorlogsmisdrijf complexer is dan bijvoorbeeld het aantonen van lidmaatschap van een terroristische organisatie. Officier van justitie Mirjam Blom benadrukt dat kinderen in oorlogstijd maximale bescherming verdienen. K., geboren in Marokko, heeft zich op voorbereidende zittingen nauwelijks uitgesproken en was soms afwezig wegens gezondheidsproblemen; het OM is niet overtuigd dat zij afstand heeft gedaan van het IS‑gedachtegoed. Haar dochter, die op haar zestiende trouwde met Reda N. en later ook een kind van een IS‑man kreeg, heeft nog een lopende zaak.