Aardhommel-groep meest geteld tijdens hommeltuintelling 2026

woensdag, 3 juni 2026 (12:05) - NatureToday.nl

In dit artikel:

In het weekend van 29–31 mei 2026 deden 1.271 vrijwilligers mee aan de landelijke hommeltuintelling; samen leverden ze 1.632 afzonderlijke tellingen via Tuintelling.nl. De meeste observaties kwamen uit de Randstad; in slechts 11 tuinen werden helemaal geen hommels gezien.

De aardhommel-groep (aardhommel en veldhommel samengeteld) was verreweg het meest waargenomen, gevolgd door de akkerhommel en de tuinhommel. Van de zes algemeen opgenomen tuinspecies kwam de steenhommel het minst voor in deze telling. Dat laatste hoeft niet per se op een kleine populatie te wijzen: de steenhommel piekt later in het seizoen (juli–augustus) en is daarom in eind mei minder zichtbaar, al lijkt de soort de laatste jaren moeite te hebben.

De deelnemers konden ook kiezen voor “anders” wanneer ze een hommel niet konden determineren. Er werden enkele zeldzamere waarnemingen gemeld, waaronder verschillende koekoekshommels (parasitaire bumblebees), maar het totaal daarvan was met 35 exemplaren gering. Sommige bijzondere meldingen ontbreken foto’s, waardoor verificatie niet mogelijk is.

De resultaten zijn deels vergelijkbaar met die van de eerste hommeltuintelling uit 1994: ook toen stond de aardhommel-groep bovenaan en de steenhommel onderaan. Wel verschuiven de verhoudingen: in 2026 namen tuinhommel, boomhommel en weidehommel samen een kleiner aandeel in dan in 1994, terwijl de akkerhommel nu relatief vaker werd gemeld dan destijds.

Sinds 2018 loopt daarnaast het Meetnet Hommels, waarin vrijwilligers op vaste routes gestandaardiseerd tellen. Interessant is dat de steenhommel binnen dat meetnet relatief vaker voorkomt dan in de tuintelling, wat laat zien dat methode en timing invloed hebben op de waarnemingen.

Kortom: één jaargang levert geen harde conclusies over trends op; herhaling in hetzelfde weekend biedt wél kans om langetermijnveranderingen in hommelpopulaties te ontdekken. De telling is opgezet vanuit betrokken natuurorganisaties en EIS Kenniscentrum Insecten (tekst: Dominic Dijkshoorn); toekomstige deelname wordt aangemoedigd.