Aardbevings­schade beoordelen in Groningen en Drenthe is een goudmijn voor schadebureaus

woensdag, 1 april 2026 (06:08) - Follow the Money

In dit artikel:

Schadebureaus die aardbevingsschade in Groningen en Noord-Drenthe inventariseren, ontvingen tussen 2018 en 2025 samen meer dan 577 miljoen euro—voornamelijk belastinggeld—terwijl toezicht op hun werkpraktijk grotendeels ontbreekt. Dat blijkt uit onderzoek van Follow the Money, RTV Drenthe en RTV Noord.

Aan het individuele verhaal: boer Jan Blok uit Ekehaar (Drenthe) kreeg een lijvig schaderapport van 137 pagina’s na bevingen (onder meer een beving van 3,0 op 14 maart dit jaar en meerdere trilling in oktober 2023), maar is teleurgesteld: “Ik heb er helemaal niets aan.” In zijn dorp meldden 66 bewoners schade; volgens de Commissie Mijnbouwschade bleken veel gebreken al eerder aanwezig en slechts 15 mensen ontvingen uiteindelijk een vergoeding (tussen circa €820 en €16.178), totaal ongeveer €80.000 aan uitkeringen. Tegelijkertijd mocht schadebureau 10BE alleen al meer dan €440.000 declareren voor het opstellen van rapporten in dat gebied.

Wie de rapporten opstelt en hoe ze betaald worden, bepaalt sterk wat er gedeclareerd wordt. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) werkte tot voor kort met vier vaste bureaus (10BE, CED, D.O.G. en NCP). Bureaus konden uren en schades declareren, met hogere tarieven voor ‘deskundigen’ dan voor schade-opnemers. Uit gesprekken met (voormalige) opnemers komt naar voren dat sommige medewerkers targets kregen — bijvoorbeeld het registreren van 40 schades per adres — en in sommige gevallen ‘onzinschades’ noteerden om die doelen te bereiken. D.O.G. ontkent targets; 10BE reageerde niet op vragen.

Toezicht op efficiënt en integer werken blijkt summier. In Drenthe controleert de Commissie Mijnbouwschade rapporten door twee technisch geschoolde commissieleden, maar die toetsen zelden ter plaatse en vertrouwen op de deskundigheid van het bureau. Bij het IMG geldt een intern ‘vier ogen’-principe, maar ook daar vallen controles grotendeels samen met de kwaliteitscontrole door hetzelfde schadebureau. Het IMG zegt geen zicht te hebben op winsten van de bureaus en stelt dat het niet praktisch is om hun volledige boekhouding te controleren. De organisatie wijst ook op beperkte keuzemogelijkheden: weinig partijen melden zich voor deze opdrachten, waardoor afhankelijkheid van de bestaande bureaus toeneemt. In Ekehaar was er zelfs slechts één inschrijving (10BE).

Experts reageren kritisch maar nuancerend. Jurist Sam Schuite (UM) stelt dat hoge verdiensten acceptabel zijn wanneer de rapporten inhoudelijk van goede kwaliteit zijn, maar dat bij publiek geld strengere aanbestedingsvoorwaarden en financiële transparantie nodig zijn. RUG-hoogleraar Marco Haan waarschuwt dat de huidige vergoedingsprikkels bureaus aansporen om zoveel mogelijk schades te vinden; die prikkel moet volgens hem worden weggenomen door betere controlemechanismen.

Er zijn inmiddels wijzigingen in de contracten: begin 2026 zijn nieuwe overeenkomsten ingegaan, SOCOTEC trad toe tot de pool en betalingen worden deels per schaderapport in plaats van per uur gedaan. Toch blijft er een variabele vergoeding per schadepost, en bronnen melden dat ook nieuwe partijen minmaaldoelen hanteren van rond de veertig schades per woning.

Kortom: enorme publieke bestedingen aan schaderapporten, grote winsten bij private bureaus en gebrekkige externe controle roepen vragen op over doelmatigheid en integriteit van de schadeafhandeling na aardbevingen. Volgens deskundigen zijn betere aanbestedingseisen, transparantie over kosten en duidelijke prikkelstructuren nodig om te voorkomen dat publieke middelen niet primair ten goede komen aan gedupeerden.