Aantal tbc-patiënten in Nederland stijgt: asielzoekers nemen infectieziekte mee
In dit artikel:
Het RIVM meldt dat het aantal tuberculose‑diagnoses in Nederland sinds 2016 weer stijgt en in 2025 uitkwam op 869 gevallen — het hoogste niveau in negen jaar. Na een daling in het eerste coronajaar 2020 is de trend sinds enkele jaren opwaarts. Het merendeel betreft longtuberculose, een besmettelijke bacteriële aandoening die met de juiste behandeling goed te genezen is maar zonder behandeling dodelijk kan zijn.
Een belangrijke verklaring voor de toename is import van infecties: 82% van de Nederlandse patiënten is in het buitenland geboren, en de stijging speelt vooral onder mensen uit Eritrea en Ethiopië. Het RIVM en het Tuberculosefonds hadden in het Nationaal plan tuberculosebestrijding 2021–2025 als doel het aantal gevallen met 25% te laten dalen; dat doel is niet gehaald.
KNCV‑Tuberculosefonds‑teamleider Niesje Jansen waarschuwt dat tuberculose wereldwijd blijft doden (ongeveer 4.000 per dag) en dat de stijging in Nederland reden tot zorg is. Ze benadrukt dat Nederland wel een degelijk bestrijdingsapparaat heeft, maar voor effectieve controle op tijdige opsporing en behandeling moet inzetten. Jansen zegt ook: "Tuberculose is een vergeten ziekte, maar geen verdwenen ziekte."
Praktische knelpunten zijn laag bewustzijn bij huisartsen — een gemiddelde huisarts ziet hooguit één tbc‑patiënt in zijn loopbaan, waardoor vroege herkenning lastig is — en zorgen over medicijntekorten die al tot uitstel van behandeling leiden. Nieuwe, mogelijk effectievere middelen zijn vooralsnog niet in Europa goedgekeurd; daarnaast is de markt voor tbc‑medicatie in Europa klein, wat productie en beschikbaarheid bemoeilijkt.
Belangrijke implicaties: versterkte voorlichting en training van huisartsen en GGD’en, verbeterde opsporing bij risicogroepen (zoals onder asielzoekers uit hoogendemic landen), betrouwbare medicijnvoorziening en internationale samenwerking zijn nodig om verdere verspreiding te voorkomen en behandelingskansen te vergroten.