Aantal kinderen dat scheiding meemaakt weer toegenomen

vrijdag, 19 december 2025 (06:30) - CBS

In dit artikel:

In 2023 liepen bijna 43.000 minderjarige kinderen een scheiding van hun ouders mee, circa 3.500 meer dan in 2022, aldus het CBS binnen de Landelijke Jeugdmonitor. Dat herstel volgt op een daling tijdens de coronaperiode: van ongeveer 1,9 procent van de kinderen per jaar (2013–2020) naar 1,5 procent direct na 2020, en opnieuw omhoog naar 1,7 procent in 2023. De telling is gebaseerd op het feit dat ouders een jaar later niet meer op hetzelfde adres staan, niet op het aantal geregistreerde echtscheidingen.

Kinderen van ongetrouwde samenwonende ouders lopen duidelijk meer kans een scheiding te ervaren (3,0 procent) dan kinderen van getrouwde ouders (1,2 procent). Leeftijd speelt ook een rol: 2- tot 7‑jarigen krijgen het relatief vaakst te maken met een scheiding (ongeveer 2 procent), bij 16‑/17‑jarigen is dat minder dan 1,3 procent.

Op 1 januari 2025 woonde 23 procent van alle minderjarigen niet bij beide juridische ouders; dit aandeel stijgt van 12 procent bij 0‑/1‑jarigen tot 34 procent bij 17‑jarigen (ruim 2 procent van 17‑jarigen woont al zelfstandig). Van bijna 710.000 thuiswonende minderjarigen die niet bij beide ouders wonen, woont 72 procent bij alleen de juridische moeder en 19 procent in een samengesteld gezin. In 4 procent van de gevallen is het vertrek van een ouder te wijten aan overlijden; bij bijna een kwart ontbreekt in het register informatie over de andere ouder. Regionaal zijn grote verschillen: Heerlen (39%), Rotterdam en Kerkrade (35%) scoren hoog, terwijl Urk (6%) en Staphorst (8%) het laagst scoren.