Aanslag op kantoor in Veendam was gericht tegen werk van advocaat. 'Poging mij te intimideren'
In dit artikel:
In Veendam is zaterdagavond een vuurwerkbom ontploft bij het kantoor van advocaat Heleen Klatter aan de Verlengde van Berensteijnstraat. De gevel bij de voordeur is zwartgeblakerd, zes ruiten zijn gebarsten en ook buren raakten beschadigd. Twee medewerkers van een beveiligingsbedrijf kwamen maandagochtend het pand beoordelen en gaan camera’s ophangen. Klatter (63), sinds 1992 advocaat actief in arbeids-, huur- en familierecht, is ervan overtuigd dat het aanslag gericht was op haar om haar in haar werk te intimideren. Ze zegt vooraf geen bedreigingen te hebben ontvangen en wil niet inhoudelijk ingaan op welke zaken volgens haar de aanleiding zijn.
De explosie had ernstiger gevolgen kunnen hebben: voorbijfietsende jongeren merkten de nog brandende vuurwerkbom op en trapten het apparaat weg, aldus Klatter, wat volgens haar erger heeft voorkomen. Ze deed aangifte; de politie neemt het incident volgens haar serieus maar kon maandag niet reageren. Klatter krijgt veel steun van collega’s. De beveiligingsmaatregelen – en de bijbehorende kosten – moet ze zelf betalen.
Deken Eef van de Wiel van de noordelijke Orde van Advocaten noemt de gebeurtenis schrijnend en wijst op een groeiende druk op advocaten. Volgens haar is dit de eerste keer dat een advocaat in Noord-Nederland slachtoffer is van een explosie, maar er zijn al meerdere voorbeelden van bedreigingen en intimidatie uit andere delen van het land. Als meest schrijnende casus verwijst ze naar de moord op Derk Wiersum in 2019; daarna volgden ook aanslagen in onder meer Den Haag en Amsterdam. Van de Wiel benadrukt dat vooral niet-strafrechtadvocaten — bijvoorbeeld bij vechtscheidingen of curatoren bij faillissementen — vaak het doelwit zijn.
Klatter staat op het punt met pensioen te gaan (over ongeveer vier weken) maar zegt voorlopig door te werken; ze noemt de gebeurtenis een ontluisterende manier om een loopbaan te beëindigen. Ze onderstreept dat geschillen volgens haar in de rechtszaal moeten worden uitgevochten, niet met geweld.