„Veen telde veel NSB'ers, want het was een arm dorp"
In dit artikel:
Marius van Wijk (87) uit Veen herinnert zich de Tweede Wereldoorlog vooral als een indringende maar onbegrijpelijke periode uit zijn jeugd. Kort na de bevrijding zag hij hoe verzetsmensen in een vrachtwagen de NSB-buurmannen uit zijn straat arresteerden; als vijfjarige maakte hij angstig de harde wijze van oppakken mee en waarschuwde zijn vader dat ook zij aan de beurt zouden kunnen zijn.
In het dorp was een plaats ingericht om gearresteerde NSB’ers op te sluiten; Van Wijk zag hoe hun vrouwen en kinderen hen soms van afstand probeerden te bereiken tijdens de korte momenten dat ze in de boomgaard gelucht werden. Volgens hem lag de hoge aanhang van de NSB in Veen deels aan armoede en idealistisch geloof dat aansluiting verbetering zou brengen; opvallend was dat veel leden kerkelijk waren.
Een traumatische gebeurtenis was de bom op januari 1945: de kerk werd geraakt miste zijn doel en een huis boven een kelder met tien mensen werd geraakt — alle tien kwamen om, en de pastorie raakte onbewoonbaar, waarna de dominee tijdelijk introk bij een NSB-buurman.
De nasleep bleef lang voelbaar: verhoudingen waren versplinterd en sommige praktische contacten, zoals vlees laten roken, gebeurden tijdelijk buiten het dorp. Van Wijk sluit met de constatering dat de gemeenschap uiteindelijk weer tot elkaar vond.
Dit stuk is het slot van een lezersserie over herinneringen aan de oorlog.