A dangerous blind spot in Donald Trump's Iran war strategy
In dit artikel:
Zes weken na het begin van de oorlog spreekt de Amerikaanse president met harde woorden tot troepen en benadrukt dat de vijand „kwaad” is en moet worden verslagen. In Washington tellen generaals bommen en verwoeste doelen op om twijfelaars thuis gerust te stellen; bruggen en olieraffinaderijen worden als legitieme doelen aangeduid omdat ze beweging en brandstof voor de tegenstander mogelijk maken. Toch verhullen die statistieken een hardnekkige les: militair geweld alleen breekt niet snel de wil van een tegenstander.
Die les illustreert de Kosovo-campagne van 1999. Destijds rekende president Bill Clinton erop dat luchtbombardementen binnen dagen Slobodan Milošević zouden dwingen te stoppen met etnische zuiveringen in Kosovo. In plaats daarvan duurde de campagne 79 dagen en leidden pas dreigementen met een invasie tot capitulatie. Het verhaal wordt in dit stuk gebruikt als spiegel voor de hedendaagse Amerikaanse aanpak van Iran onder president Donald Trump: vergelijkbare overschatting van snelle, dwingende resultaten en onderschatting van hoe tegenstanders de strijd betekenis geven.
De kern van het probleem is volgens historici en voormalige inlichtingendiensten een structurele culturele blindheid. In een vaak geciteerde studie uit 2011, geschreven door ex-CIA’ers Jeannie Johnson en Matthew Berrett, wordt uitgelegd hoe planners Serbiës bijzondere historische gevoeligheden minimaliseerden — bijvoorbeeld trots op heldhaftig, soms nederig verzet — en daardoor verkeerd inschatten wat „overwinning” voor hen zou betekenen. Johnson en Berrett hebben later het Centre for Anticipatory Intelligence opgericht, waar Amerikaanse inlichtingendeskundigen worden getraind in het in kaart brengen van culturele kenmerken om zo beter in te schatten hoe samenlevingen zullen reageren.
De les die zij trekken: beleidsmakers moeten expliciet nagaan of een beoogde buitenlandse omwenteling in feite vereist dat een land fundamenteel van cultuur of denkbeelden verandert — en of dat realistisch is qua tijd en middelen. Vaak ontbreekt die vraag. Amerikaanse machtspositie en het historisch voorbeeld van de transformaties van Duitsland en Japan na 1945 verleiden tot optimisme, terwijl die casussen uitzonderlijk en extreem kostbaar waren.
President Trump onderscheidt zich door een combinatie van impetuositeit, dreigende retoriek en geringe nieuwsgierigheid naar vreemde gezichtspunten. Hij verwerpt idealistische projecties van regimeverandering, maar streeft wel naar een praktische hervorming van Iran: volgens zijn entourage moet Iran „als een normaal land” gaan handelen, met economische belangen boven ideologie — een fundamentele culturele verschuiving die niet snel valt te forceren. Conclusie: veel hedendaagse fouten zijn nieuw in toon en methoden, maar berusten op klassieke Amerikaanse misrekeningen over wat militaire kracht kan bereiken zonder diep begrip van de cultuur en motieven van andere samenlevingen.