924 - de Porsche die alles moest veranderen

zondag, 11 januari 2026 (14:12) - Fok!

In dit artikel:

In 1975 presenteerde Porsche de 924 als het begin van een nieuw hoofdstuk: een betaalbare, gezinsvriendelijke sportwagen die tegelijk de toekomst van de iconische 911 in vraag zou kunnen stellen. In tegenstelling tot de klassieke 911 had de 924 geen luchtgekoelde boxermotor achterin, maar een watergekoelde viercilinder voorin. Door de versnellingsbak achterin te plaatsen (transaxle-opzet) ontstond een gunstige gewichtsverdeling, en Porsche positioneerde de auto als een sportieve 2+2 met praktische rijeigenschappen.

De 924 is in wezen voortgekomen uit een VW-project (EA425) dat in Wolfsburg werd ontwikkeld met onderdelen van Audi; uiteindelijk bouwde Audi de auto in Neckarsulm. Door financiële problemen en de oliecrisis vond Volkswagen het model te exclusief voor haar klantenkring, waarna Porsche het model als instap-Porsche adopteerde. Dat maakte de 924 bij zijn marktintroductie in 1976 veel goedkoper dan een 911 en opende de fabriek voor een breder publiek — een rol die later ook Boxster, Cayenne en Macan zouden vervullen.

Ontwerper Harm Lagaay gaf de 924 duidelijk Porsche-karakter, ondanks de niet-Porsche afkomst van veel componenten. Het buitengewone constructieverhaal leidde tot scepsis bij puristen: de auto kreeg het stempel “VW-Porsche” en sommige liefhebbers vonden hem geen echte Porsche. Klassiekerspecialisten wijzen er echter op dat de rijeigenschappen direct getuigen van Porsche-ingenieurschap. In de praktijk voelt de lichte 924 (ongeveer 1.080 kg) wendbaar en levendig aan; de 2,0-liter viercilinder levert circa 125 pk en jaagt toeren tot bijna 7.000, met een sprint naar 100 km/u rond de 10,5 seconden en een '200' op de teller die destijds nieuwe rijders opviel.

Praktisch gezien bood de 924 meer ruimte dan veel andere Porsches van toen: bruikbare achterbank, groot kofferdeksel en alledaags gebruiksgemak — eigenschappen die hem soms spottend de bijnaam “Porsche voor de huisvrouw” opleverden, maar die hem ook aantrekkelijk maakten voor kopers die geen 911 konden of wilden betalen. Toen de productie in 1988 stopte, waren er 150.684 exemplaren gebouwd; de transaxle-familie (inclusief 928/944/968) zou uiteindelijk tot bijna 400.000 auto’s leiden tot 1995, een hoog cijfer voor Porsche.

Vandaag de dag is het debat of de 924 een “echte” Porsche was grotendeels voorbij; veel kopers zien het model als een andere soort Porsche. Door zijn prijs en aantallen is de 924 een toegankelijke klassieker geworden — waar een jaren-70 911 al snel tientallen duizenden euro’s kost, is een nette 924 vaak voor een fractie daarvan te vinden. De 924 wordt zo gezien als een bepalende stap in de verbreding van Porsche’s identiteit: een model dat de fabrikant uit het 911-monopolie trok en nieuwe markten en klanten ontsloot.