€842 uit eigen zak: zus als executeur wilde dat haar broer betaalde voor de bankstukken van moeder
In dit artikel:
Een zus die in het testament van haar in 2024 overleden moeder tot executeur was benoemd, moest haar broer inzage geven in de financiële stukken van de nalatenschap. De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde op 16 september 2026 dat zij niet mocht volstaan met een beknopt overzicht en evenmin mocht verlangen dat haar broer zelf betaalde voor het opvragen van bankafschriften.
Moeder had haar vier kinderen niet gelijkelijk tot erfgenaam benoemd: de broer kreeg een achtste, de zus drie achtste en de twee andere kinderen ieder twee achtste. Omdat de broer ook aanspraak maakte op zijn legitieme portie, vroeg hij om bankafschriften, belastingdocumenten, verzekeringsgegevens, facturen en informatie over de inboedel. De zus verstrekte een groot deel daarvan pas nadat hij een rechtszaak was begonnen. De stukken betroffen onder meer bankrekeningen, een verzekeringsuitkering, een schenking van €6.633 en openstaande rekeningen.
Volgens artikel 4:148 van het Burgerlijk Wetboek moet een executeur erfgenamen alle gewenste informatie geven over de uitvoering van de taak. De rechtbank vond dat de zus uiteindelijk zelfs meer informatie had verstrekt dan strikt nodig was, bijvoorbeeld over de verkoop van de woning van moeder tijdens haar leven. Wel ontbrak een waardebepaling van twee gouden ringen en zes schilderijen. Zij moet daarvan binnen een maand taxatierapporten aan haar broer geven; de kosten komen voor rekening van de nalatenschap.
Omdat de zus de noodzakelijke stukken te laat verstrekte en ten onrechte had geëist dat haar broer de opvraagkosten zou betalen, moet zij de proceskosten van €842 persoonlijk vergoeden. De nalatenschap hoeft die kosten niet te dragen. Over de uiteindelijke verdeling van de erfenis loopt de hoofdzaak nog door.
Vandaag Inside: Johan Derksen heeft welgemeend advies voor Raymond Mens: 'Ik vind het te gek voor woorden!'