78 procent van de reizigers tevreden over hun rit met De Lijn
In dit artikel:
In 2025 beoordeelde 78% van de ondervraagde bus- en tramgebruikers hun rit met De Lijn als goed (7 of hoger op 10), blijkt uit een door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken uitgevoerd tevredenheidsonderzoek. Dat is marginal hoger dan in 2024 (77%). Van de deelnemers gaf 6% een lage score (<5) en 16% een middelmatige beoordeling (5–6).
Het onderzoek liep doorheen 2025 en omvatte 14.993 reizigers tijdens 2.169 ritten, verdeeld over alle 15 Vlaamse vervoersregio’s en over spits, dal, avond en weekend. Sinds 2024 wordt specifiek op rittevredenheid gemeten, wat volgens de overheid meer verfijnde regionaal vergelijkbare resultaten oplevert.
Belangrijkste patronen
- Hogere tevredenheid tijdens weekends (83%), bij kleine ritten (<20 passagiers, 85%), bij reizigers ouder dan 25 jaar en bij wie minder frequent reist. Reisdoelen zoals werk (81%), winkelen, bezoek en vrijetijd (elk circa 84%) scoren ook hoger.
- Lagere waardering tijdens de spits (76%), bij volle voertuigen (>50 reizigers, 75%), bij jongeren <19 jaar en bij schoolritten (68%).
- Regionaal zijn Oostende, Brugge, Kortrijk, Vlaamse Ardennen en Gent relatief positiever; Waasland, Mechelen, Antwerpen en Midwest scoren minder. Kortrijk en Vlaamse Ardennen tonen een stijgende trend, Gent daalt.
Wat gaat beter en wat niet
- Verbeteringen zijn zichtbaar in vrijwel alle deelaspecten: gevoel van veiligheid, druktebeleving, overstaptijd, rijstijl, vriendelijkheid van chauffeurs en informatie vóór het opstappen. Veiligheidsgevoel en opstapinformatie hebben de grootste invloed op de totaaloordeel.
- Klachten concentreren zich vooral rond drukte, netheid en punctualiteit vanaf de halte. Ook reisinformatie tijdens de rit, geluid en klimaatregeling maakten stappen vooruit, maar blijven aandachtspunten.
Beperkingen
De enquête meet alleen de mening van wie daadwerkelijk in bus of tram zat; ze zegt niets over mensen die mogelijk geen verbinding meer hebben of haltes die niet (meer) bediend worden, en biedt dus geen direct oordeel over de brede “basisbereikbaarheid” van het netwerk.