75 jaar geleden kwamen de eerste Molukkers aan in Amsterdam: 'Erkenning van het leed dat hen is aangedaan, is geen symbolische luxe'

woensdag, 29 april 2026 (18:48) - Het Parool

In dit artikel:

Op de Javakade in Amsterdam kwam woensdag een grote groep Molukse nakomelingen bijeen om te herdenken dat 75 jaar geleden vier schepen met gerepatrieerde KNIL-militairen en hun gezinnen aanmeerden. Vier generaties stonden erbij: van baby in de kinderwagen tot hoogbejaarde met Molukse vlag en foto’s van voorouders. Voor velen is het bezoek niet alleen een familieritueel, maar ook een politieke oproep: erkenning en excuses van de Nederlandse staat voor het lot van de duizenden Molukkers die in 1951 naar Nederland werden gehaald.

In 1951 arriveerden vierduizend Molukkers in Amsterdam, onder wie ruim duizend militairen van het opgeheven Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger en hun gezinnen. De ontvangst was kil: de mannen werden direct ontslagen, de families in kampen verspreid en velen werden ontheemd achtergelaten. Die geschiedenis leeft voort in verhalen van heimwee en plannen om ooit terug te keren, maar ook in de vastberadenheid om kennis over te dragen aan jongere generaties.

Tijdens de herdenking klonk voortdurend het verzoek aan de regering om officieel te erkennen wat de Molukse gemeenschap is aangedaan en om excuses aan te bieden. Sprekers wezen erop dat, hoewel er in de loop der jaren aandacht is gekomen in boeken, monumenten en gemeentelijke initiatieven (zoals het verzorgen van graven), de centrale overheid zwijgt. Schrijver Maurice Seleky benadrukte dat erkenning geen louter symbolische daad is maar een morele verplichting; ook burgemeester Femke Halsema riep het kabinet op tot een betekenisvol gebaar, juist nu nog enkele eerste generatie-molukkers in leven zijn.

Eerder op de dag werd op Kattenburg een monument onthuld voor veertien Molukse marinemannen die na de Indonesische onafhankelijkheid in Amsterdam waren gestationeerd. Hun situatie verschilde: de marine bleef intact, waardoor deze mannen doorgaans verzekerd waren van werk, een woning en pensioen, en hun kinderen vaak sneller wortel sloegen in de stad. Toch maakte Commandant Zeestrijdkrachten Harold Liebregs duidelijk dat ook zij geen vrije keuze hadden gemaakt en grote offers brachten. Nabestaanden en vertegenwoordigers van de derde generatie, zoals Dewi Keppy, wezen er daarnaast op dat onder het koloniale bewind Molukkers vaker derdeklassers waren, met beperkte kansen buiten het militaire beroep.

De ceremonies kenden zowel ingetogen momenten als warme muzikale ontmoetingen: rozen bij het monument, het Wilhelmus en oude Molukse liederen die samenklonken. Het beeld dat overblijft is dubbel: pijn over onrecht en ontworteling, maar ook trots op veerkracht, behoud van tradities en de blijvende verbondenheid binnen de Molukse gemeenschap.