64 miljoen bestanden in een datakluis: niet alleen de inhoud, ook het stilzwijgen eromheen is een schandaal

donderdag, 16 april 2026 (09:23) - Joop

In dit artikel:

De Belastingdienst bezit een afgeschermde “datakluis” met minstens 64 miljoen ongesorteerde bestanden, zo blijkt uit de Kamerbrief van 15 april 2026. Die kluis is sinds 2019 ingericht om achterstanden bij het opschonen en vernietigen van gegevens weg te werken, maar is jarenlang niet geraadpleegd bij informatieleveringen voor onder meer de PEFD, POK, FSV en andere parlementaire verzoeken. Eind 2025 is bovendien vastgesteld dat in die kluis documenten zaten die wél aan de PEFD geleverd hadden moeten worden, maar dat niet is gebeurd.

De ontdekking raakt meer dan een administratieve blunder: ze ondermijnt de parlementaire controle, de rechtsbescherming van gedupeerden en de betrouwbaarheid van de overheid. Als onderzoekscommissies en toetsende instanties sinds 2020—toen de POK formeel op 2 juli 2020 begon na een motie van 2 juni 2020—geen toegang hadden tot een relevante bron van tientallen miljoenen documenten, dan kan niet worden uitgesloten dat het parlement nooit het volledige beeld heeft gekregen van het handelen van de staat.

Probleem twee is het stilzwijgen rondom de kluis: zo’n afgeschermde omgeving ontstaat niet vanzelf en blijft niet jaren buiten beeld zonder betrokkenheid van personen of beslissers. De brief meldt dat de Kamer in 2019 al tweemaal geïnformeerd zou zijn over de inrichting van de kluis, maar die informatie werd vervolgens niet benut bij cruciale zoekslagen binnen de toeslagendossiers. Wie in 2019 precies wist wat de kluis bevatte, wie heeft besloten het buiten beeld te laten, wie kreeg in juli 2025 een signaal over mogelijk missende stukken en waarom is daar niet onmiddellijk openheid over gegeven—dat zijn nu essentiële vragen.

Ook de wijze waarop het ministerie van Financiën nu met de vondst omgaat roept bezwaren op: de bestanden moeten eerst geïndexeerd worden en het ministerie wil zelf bepalen welke documenten relevant zijn om te delen met de Kamer of openbaar te maken. Gezien eerdere onvolledige en onbetrouwbare informatieverstrekking is het volgens het artikel onacceptabel dat hetzelfde ministerie opnieuw poortwachter speelt. Dit ondergraaft het vertrouwen dat de onderzochte partij kan beoordelen wat de waarheid voor het parlement is.

De positie van staatssecretaris Sandra Palmen wordt daardoor problematischer: onder haar verantwoordelijkheid is opnieuw een bron buiten eerdere waarheidsvinding gebleven en bepaalt het ministerie zelf wat “alsnog” gedeeld wordt. Verder waarschuwt het stuk dat de inhoud van de kluis juridische gevolgen kan hebben: documenten kunnen licht werpen op individuele beoordelingen en besluiten, waardoor reeds afgehandelde zaken mogelijk heropend moeten worden.

Eisen die hieruit volgen: onmiddellijke overdracht van de inventarisatie en beoordeling van de kluis (en andere afgeschermde omgevingen) aan onafhankelijke onderzoekers die direct verantwoording afleggen aan de Kamer; en een onderzoek naar wie er vanaf 2019 over de kluis wist en waarom die informatie werd teruggehouden. De kernboodschap: de onderzochte partij mag niet zelf bepalen welke informatie het parlement te zien krijgt.