6 op 10 Amsterdammers zou spullen lenen bij een spullenbieb - maar de gemeente mag ze niet zelf opzetten
In dit artikel:
Zes op de tien Amsterdammers zegt bereid te zijn spullen te lenen via een zogenaamde spullenbibliotheek of dingenuitleen, blijkt uit een peiling van gemeentelijk statistiekbureau O&S onder ruim duizend inwoners. Men ziet vooral behoefte aan klus‑ en tuingereedschap, hobbymaterialen, elektronica en schoonmaakapparatuur. Het meeste enthousiasme komt van jongeren, vrouwen en hogeropgeleiden; als voordelen noemen respondenten vooral minder grondstoffengebruik, lagere kosten en ruimtebesparing.
De gemeente zelf gaat de vestigingen niet exploiteren vanwege juridische beperkingen (onder meer staatssteunregels), aldus wethouder Zita Pels (Duurzaamheid). In plaats daarvan wordt gewerkt aan een coöperatiemodel en een samenwerking met OBA Next. Als eerste stap komt er een laagdrempelig deelstation in Zuidoost; later dit jaar volgt een eerste volledige spullenbieb, maar niet in alle stadsdelen zoals eerder voorzien en de exacte locatie is nog onduidelijk. In Nieuw‑West draait al een buurtgestuurde variant.
Er zijn ook twijfels: mensen maken zich zorgen over kwaliteit, beschikbaarheid en aansprakelijkheid bij schade. Daarnaast wijzen sommigen erop dat delen al veel gebeurt via buurtapps en platforms als Peerby, Marktplaats of kringloopshops. Pels haalde eerder internationaal voorbeeld aan, zoals de Library of Things in Londen; O&S vermeldt ook initiatieven in steden als Toronto, Sydney en Wenen.