6 keer zo veel ouderkoppels van hetzelfde geslacht als in 1995
In dit artikel:
Begin 2024 telde Nederland bijna 10.000 ouderparen van hetzelfde geslacht, ruim zes keer zoveel als dertig jaar geleden, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. Hoewel dit nog steeds maar ongeveer 0,5% van alle ouderparen is, is de toename structureel en vooral zichtbaar bij vrouwenkoppels: zij vormen circa 90% van het totaal. Waar er in 1995 ongeveer 1.500 vrouwenparen met kinderen waren, gaat het nu om bijna 9.000. Twee-vadergezinnen groeiden ook, van ongeveer 150 in 1995 naar circa 1.000 in 2024.
De weg naar het ouderschap verloopt voor deze koppels via verschillende routes: adoptie, draagmoederschap, donorschap of kinderen uit eerdere relaties. Regionaal bestaan duidelijke verschillen: gelijkgeslachtelijke ouderparen concentreren zich vooral in stedelijke gebieden zoals de Randstad en grotere provinciesteden, terwijl ze in landelijke provincies als Friesland en Zeeland veel minder voorkomen.
Demografisch vallen twee zaken op: mannenkoppels worden gemiddeld later vader dan andere ouderparen — de stijging van de startleeftijd sinds 1995 is bij hen met 8 jaar het grootst — en het leeftijdsverschil tussen partners is bij mannenparen ook veel groter (gemiddeld 10,6 jaar) dan bij vrouwenparen (6,4 jaar) of heteroparen (3,7 jaar).
De groei weerspiegelt veranderde maatschappelijke en juridische omstandigheden in Nederland: ruimere acceptatie, het openstellen van het huwelijk en verbeterde regelgeving rond adoptie en meerouderschap hebben drempels voor gelijkgeslachtelijke koppels verlaagd.