40 jaar na grootste kernramp uit de geschiedenis: 'Pijn van Tsjernobyl blijft'
In dit artikel:
Vandaag wordt wereldwijd — en vooral in Oekraïne — 40 jaar herdacht sinds de kernramp bij Tsjernobyl op 26 april 1986. Tijdens een test ontplofte reactor 4 van de centrale in wat toen de Sovjet-Unie was; een radioactieve wolk trok vervolgens over delen van Belarus, Oekraïne en Rusland. Naar schatting werden zo’n 8,4 miljoen mensen aan straling blootgesteld. Directe straling eiste tientallen levens, en de Wereldgezondheidsorganisatie rekent op minstens 5.000 extra sterfgevallen in de jaren daarna door kanker en aanverwante aandoeningen.
De Sovjetautoriteiten zwegen aanvankelijk; pas twee dagen na de ramp werd een gebied ter grootte van de Nederlandse provincie Drenthe tot verboden zone verklaard en begonnen massale evacuaties. Rond de reactor verrees een betonnen sarcofaag; omdat die na verloop van tijd scheuren vertoonde, werd in 2019 een nieuwe, kostbare beschermkoepel geplaatst met bijdragen van meer dan veertig landen.
De ramp wordt vandaag herdacht in steden als Slavutych, op ongeveer 15 kilometer van de afgesloten zone, waar inwoners samenkwamen om slachtoffers te herdenken en de blijvende impact te bespreken. Oekraïens president Zelensky benadrukt dat honderdduizenden mensen jarenlang last hebben gehad van de tragedie en waarschuwt dat de recente aanval met een Russische drone — begin dit jaar — de beschermende koepel beschadigde en de wereld opnieuw in gevaar bracht. Hoewel reparaties zijn uitgevoerd, is de koepel nog niet volledig hersteld; Zelensky spreekt van “nucleair terrorisme” en roept de internationale gemeenschap op maatregelen te nemen.
Ook in Nederland vonden herdenkingen plaats, onder meer fietstochten van Eemshaven naar Borssele en bijeenkomsten in Almelo en Borssele, gecombineerd met protesten tegen nieuwe kerncentrales.