40 jaar na einde van commerciële walvissenjacht lijken blauwe en gewone vinvissen aan prille comeback bezig
In dit artikel:
In de voedselrijke Benguela-stroming voor de kusten van Namibië en Zuid-Afrika worden blauwe vinvissen en gewone vinvissen sinds kort iets vaker gezien, zo blijkt uit een lange termijnonderzoek. Afrikaanse onderzoekers telden waarnemingen tussen mei 1964 en maart 2025: de blauwe vinvis werd in die 61 jaar slechts 12 keer opgemerkt, de gewone vinvis 76 keer — en opvallend genoeg kwam 95% van die registraties pas ná 2012.
Beide soorten werden in de 20e eeuw vrijwel uitgeroeid door intensieve commerciële walvisjacht: naar schatting zijn ongeveer 350.000 blauwe vinvissen en tot 725.000 gewone vinvissen gedood. Pas vanaf de jaren 1970–80, en formeel na het moratorium op commerciële walvisvangst, konden populaties langzaam herstellen. De blauwe vinvis staat nog altijd als bedreigd op de IUCN-rode lijst en wordt momenteel op circa 3% van het pre‑jachtniveau geschat, met een jaarlijkse toename rond 5%. De gewone vinvis doet het relatief beter (ongeveer 30% van vroeger) en is aangeduid als kwetsbaar.
Hoofdauteur Bridget James (Universiteit van Kaapstad) ziet in de actuele data “belangrijk bewijs dat de giganten van de oceaan langzaam aan het herstellen zijn”, maar waarschuwt dat het herstel kwetsbaar blijft. Nieuwe en bestaande bedreigingen vormen grote obstakels: klimaatverandering die voedselgronden verstoort, scheepsaanvaringen, bouw van offshore windparken, mogelijk commerciële diepzeemijnbouw, onderwatergeluid dat communicatie hindert, en vervuiling zoals plastics en achtergelaten vistuig.
De studie onderstreept dat beschermingsmaatregelen cruciaal blijven. Een geplande VN-oceaantop kan kansen bieden om mariene bescherming en afgebakende gebieden concreter te maken, wat belangrijk is om deze langzaam terugkerende reuzen verder te laten herstellen.