4 mei in Rotterdam
In dit artikel:
Op 4 mei, om acht uur ’s avonds, staat Rotterdam even stil: twee minuten stilte ter herdenking van oorlogsslachtoffers. De auteur kijkt naar die ingetogenheid vanuit de stad en naar haar kinderen in scoutinguniform, met krans of bloem, die aandachtig en zonder theater deelnemen. Dat pure stil zijn raakt omdat het contrasteert met de rest van het jaar, waarin iedereen voortdurend zijn mening schreeuwt en weinig echt luistert.
Het moment krijgt extra lading door persoonlijke en historische context: de kinderen zijn voor een deel Joods en “op het spectrum” — eigenschappen die in de jaren veertig reden tot vervolging geweest zouden zijn. Dat besef maakt de stilte minder nostalgisch en meer waakzaam: vrijheid en veiligheid blijken fragiel. Rotterdam zelf herinnert aan die dunne lijn; de stad werd weggevaagd in de oorlog en herbouwd door mensen die minder praatten en meer deden.
De tekst roept op om de houding van die twee minuten vaker te oefenen: vaker zwijgen om daadwerkelijk te luisteren, minder hokjesdenken en geschreeuw, en daarmee misschien een wezenlijker vorm van vrijheid te bewaren.