'25 jaar rechtspraak laat zien dat VU wel degelijk had kunnen ingrijpen bij Marlon U.'
In dit artikel:
Myrthe van Amstel wijst erop dat de Vrije Universiteit (VU) niet alleen verantwoordelijk is voor de veiligheid van studenten, maar ook voor die van haar medewerkers. Haar oproep volgt op aanhoudende meldingen van intimidatie en geweld door student Marlon U., en op protesten van studenten medio februari tijdens een overleg met het college van bestuur. Van Amstel, mbo-teamleider en voormalig universitair medewerker, benadrukt dat universiteiten naast onderwijsinstellingen ook werkgevers zijn en dus arbeidsrechtelijke plichten hebben.
Volgens de auteur verplicht de Arbeidsomstandighedenwet werkgevers actief psychosociale arbeidsbelasting — zoals agressie, intimidatie en geweld — te voorkomen en te beperken. Ook het Burgerlijk Wetboek legt een zorgplicht op: werkgevers moeten zorgen voor veilige werkomstandigheden. Wanneer klachten zich opstapelen, volstaat reageren op losse incidenten niet meer; herhaling vereist het aanleggen van dossiers en een samenhangende beoordeling. Blijvende terughoudendheid kan omslaan in nalaten en daarmee onrechtmatig zijn tegenover personeel.
Van Amstel schetst hoe een cultuur van voorzichtigheid binnen instellingen vaak leidt tot halfslachtige maatregelen: incidenten worden slecht vastgelegd, onderzoek begint te laat en belangenafwegingen blijven onuitgesproken. Dat verhoogt de kans dat genomen maatregelen procedureel kwetsbaar zijn en later door rechters worden teruggedraaid. Tegelijk toont jurisprudentie wél dat schorsingen en andere ingrepen mogelijk zijn: in zaken over de afgelopen decennia oordeelden rechters zelden tegen de inhoud van besluiten; fouten blijken meestal procedureel — gebrekkige motivering of voorbereiding — en niet per se omdat de maatregel inhoudelijk onjuist was. Het voorbeeld van Saxion, waar een schorsing bleef staan maar de motivering bekritiseerd werd, illustreert dit.
De oplossing ligt volgens Van Amstel in een integrale benadering van sociale veiligheid: preventief beleid, structurele monitoring en de bereidheid om tijdig en zorgvuldig in te grijpen. Instellingen moeten niet alleen angst voor procedures of reputatieschade laten bepalen of zij optreden; ze lopen ook juridisch risico vanuit de kant van werknemers als zij structurele onveiligheid laten voortbestaan. De eenvoudige toets die ze voorstelt: kunnen docenten en personeel hun werk veilig doen? Zo niet, dan faalt de universiteit zowel als onderwijsinstelling als werkgever.