25 jaar na het eerste homohuwelijk staat homoacceptatie ernstig onder druk
In dit artikel:
Op 1 april 2001, kort na middernacht in het stadhuis van Amsterdam, voltrok burgemeester Job Cohen het allereerste huwelijk tussen partners van hetzelfde geslacht — een wereldwijde primeur. Dat markeerde een hoogtepunt in de Nederlandse LHBTQIA+-emancipatie: sindsdien zijn tienduizenden homohuwelijken gesloten. CBS-cijfers noemen circa 36.000 huwelijken sinds 2001; begin dit jaar bestond meer dan twee derde daarvan nog. Ongeveer zeshonderd mannenparen en vijfhonderd vrouwenparen vieren dit jaar hun zilveren huwelijk.
Toch is de maatschappelijke acceptatie niet onverminderd gegroeid. Socioloog Niels Spierings (Radboud Universiteit) en andere onderzoekers waarschuwen dat sinds ongeveer 2021 een kentering zichtbaar is: tolerantie is op sommige terreinen afgenomen. Een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam onder ruim 31.000 middelbare scholieren (12–18 jaar) laat zorgwekkende cijfers zien. Jongeren zijn met name terughoudend bij zichtbare uitingen van genderdiversiteit: slechts 22% staat positief tegenover genderneutrale toiletten, terwijl 61% er negatief over denkt. Bij abstractere opvattingen is het beeld evenmin geruststellend: 41% van de ondervraagden vindt dat mensen met een andere seksuele geaardheid niet gelijk zijn en 35% meent dat mensen niet zelf mogen kiezen op wie ze verliefd worden.
Onderzoeksters zoals Nikki Dekker benadrukken dat deze cijfers niet automatisch betekenen dat deze generatie structureel homofober is dan voorgaande generaties; er ontbreken lange-termijnvergelijkingen en oorzaakanalyses. Wel speelt de sociale omgeving een grote rol bij het vormen van opvattingen tijdens de identiteitsonwikkeling van jongeren. Een belangrijke factor die wordt genoemd is de opkomst van de zogenaamde manosfeer: online gemeenschappen en influencers die inspelen op onzekerheden van jonge mannen en waarin vaak ruimte is voor vrouwenhaat, homofobie en racistische ideeën. Deze stroming groeide snel, deels geholpen door algoritmes op sociale media die extreemere berichten belonen. De coronaperiode — waarin jongeren meer tijd thuis en achter schermen doorbrachten — lijkt de invloed van die online ecosystemen versneld te hebben.
Verder wijzen experts op een verzwakte beschermende rol van scholen en ouders. Voorlichtingsprojecten, onder druk gezet door desinformatie rond initiatieven als de Week van de Lentekriebels, bereiken scholen moeilijker, aldus Spierings. Dat heeft volgens hem consequenties voor de seksuele weerbaarheid van jongeren.
De waarschuwing is concreet: juridische erkenning van relaties heeft niet alle vormen van onveiligheid weggenomen. LHBTQIA+-personen ervaren nog steeds vaker geweld, psychische nood en suïcidale gedachten. Vijfenentwintig jaar na die historische huwelijksvoltrekking concludeert het onderzoek: de emancipatie is onvoldoende afgerond en vraagt blijvende aandacht — op scholen, online en in de bredere samenleving.