25 jaar geleden: Russische duikboot Koersk zinkt en met haar gaat ook de mediavrijheid in Rusland kopje onder
In dit artikel:
Op 12 augustus 2000 zinkt de Russische nucleaire onderzeeër Koersk tijdens grootschalige marineoefeningen in de Barentszzee; alle 118 bemanningsleden komen om. De ramp begint wanneer een defecte torpedo bij het laden vroegtijdig explodeert en een kettingreactie van ontploffingen veroorzaakt. De Koersk scheurt open en zinkt naar ongeveer 108 meter diepte. Hoewel de meeste opvarenden op slag overlijden, overleven 23 matrozen de eerste explosie en weten zich naar het negende compartiment te verplaatsen; een van hen, Dmitri Kolesnikov, schrijft onder die omstandigheden nog een paar zinnen en een afscheidsbrief.
De reactie van de marine en de regering is traag en chaotisch. Aanvankelijk negeren officieren signalen van een explosie en wordt pas uren later een reddingsactie opgestart; de boot wordt pas de volgende ochtend na ongeveer 16 uur gevonden. Russische duikers slagen er dagenlang niet in het luik te openen, en de autoriteiten weigeren aanvankelijk buitenlandse hulp. Pas na felle publieke en familiale druk wordt buitenlandse bijstand toegestaan: Noorse duikers openen op 21 augustus zonder probleem het luik, te laat om levens te redden.
In de thuisbasis Vidjajevo en elders groeit woede en wanhoop. Families krijgen nauwelijks informatie; geruchten en onzekerheid nemen toe. Tijdens een besloten bijeenkomst met nabestaanden en familieleden op 18 augustus loopt de spanning hoog op. Een moeder van een bemanningslid schreeuwt haar frustratie uit richting de verantwoordelijke vice-premier; beelden van de bijeenkomst tonen hoe zij vervolgens wordt weggeleid nadat ze door iemand ogenschijnlijk verdoofd is. Dat beeld versterkt het gevoel dat de staat kritiek wil smoren.
De tragedie zet president Vladimir Poetin — nog geen half jaar in functie — maatschappelijk en politiek zwaar onder druk. Hij verblijft aanvankelijk in zijn buitenverblijf in Sotsji en keert met vertraging terug naar Moskou, wat in binnen- en buitenland kwaad bloed zet. Onafhankelijke media reporteren scherp over de gebrekkige reddingsoperaties en Poetin’s afwezigheid; dit schaadt zijn imago en roept beschuldigingen van onverschilligheid en incompetentie op. Poetin reageert door de aandacht te verschuiven naar de media zelf: hij bestempelt critici en sommige mediamagnaten als schadelijk voor het land en kondigt een harde aanpak aan.
De nasleep van de Koersk-ramp markeert een omslagpunt in de Russische mediaomgeving. Onder druk van de staat en via juridische en economische middelen wordt de macht van onafhankelijke mediabazen zoals Boris Berezovski en Vladimir Goessinski beperkt; velen worden gedwongen te verkopen of gaan in ballingschap. In de jaren daarna neemt de staat geleidelijk de controle over tv- en perskanalen over. Volgens analisten vormt de Koersk-crisis het begin van het einde van de media-onafhankelijkheid in Rusland: wat begon als een militaire tragedie mondt uit in een politieke reactie die de media sterk centraliseert — een proces dat uiteindelijk werd bekroond door bijna volledige staatscontrole, versterkt door latere gebeurtenissen zoals de invasie van Oekraïne.