25.800 ondernemers stopten in één jaar: drie op de vier oudere winkeliers heeft geen opvolger
In dit artikel:
Steeds meer Nederlandse winkels verdwijnen zonder dat hun bedrijf failliet gaat. Het aantal ondernemers dat in de detailhandel stopte, steeg van bijna 22.000 in 2022 naar ongeveer 25.800 in 2025. Vooral bij oudere winkeliers is opvolging een probleem: volgens MCR Retailminds heeft circa 75 procent van de ondernemers van 55 jaar en ouder niemand die de zaak wil overnemen.
Een winkel runnen vraagt vaak werkweken van zestig uur of meer. Naast verkoop moeten ondernemers zich bezighouden met inkoop, administratie, personeel, voorraad, bezorging, sociale media en een webshop. De lange werkdagen, koopavonden en weekenden maken het bedrijf minder aantrekkelijk voor jongere generaties, die vaker kiezen voor de zekerheid en voorspelbaarheid van loondienst.
Ook een hoge omzet betekent niet automatisch een aantrekkelijke overname. Huur, personeel, energie, belastingen, transport, retouren en onverkochte voorraad drukken de winst. Een opvolger moet bovendien vaak investeren in digitalisering, zoals online verkoop, voorraadbeheer en bezorging, terwijl financiering bij banken niet vanzelfsprekend is. De waarde van een winkel hangt daardoor niet alleen af van de klantenkring of bekende naam, maar ook van de werkelijke winst en de hoeveelheid werk die de huidige eigenaar zelf verricht.
Niet alle stoppers zijn failliet: het gaat ook om pensionering, vrijwillige beëindiging, verkoop of een overstap naar ander werk. Toch heeft de trend gevolgen voor dorpen en kleinere steden. Met het verdwijnen van een winkel verliezen bewoners voorzieningen en persoonlijk contact, terwijl winkelstraten leger worden. Nederland telde begin 2026 nog minder dan 80.000 winkelpanden, ongeveer 26 procent minder dan twintig jaar eerder. De leegstand van retailpanden steeg in die periode van 6,7 naar 7 procent. Grote winkelgebieden kunnen lege panden vaak opnieuw vullen, maar kleinere plaatsen hebben daar meer moeite mee.
Vandaag Inside: Johan Derksen geeft vaste bargast nog één laatste kans: ‘Het houdt een keer op...’