2026 wordt het Jaar van de Steenuil
In dit artikel:
Wie ooit in de felgele ogen van een steenuil keek, herinnert zich dat vaak levenslang. Ondanks die populariteit is de soort sterk teruggelopen door de intensivering van de landbouw; waar de steenuil vroeger overal in Nederland broedde (alleen de Waddeneilanden uitgezonderd), leven er nu veel minder paaren. In de jaren vijftig werd de populatie nog op circa 25.000 paren geschat; de meest recente schatting (2018–2020) noemt 8.000–9.500 paren.
Vogelbescherming Nederland, Sovon Vogelonderzoek en de landelijke Steenuilenwerkgroep STONE besteden in 2026 extra aandacht aan de soort. Doel is zowel publiek bewustzijn als wetenschappelijke verdieping: waarom de populatie op sommige plekken groeit maar op andere krimpt, en hoe leefgebied effectief kan worden verbeterd. Over de lange termijn is de trend sinds 1990 grotendeels stabiel; sinds 2012 is er een lichte jaarlijkse toename van ongeveer 0,9 procent. Achter die cijfers schuilen wel grote regionale verschillen: op zandgrond (waar de meeste steenuilen broeden) groeit de populatie de afgelopen twaalf jaar met circa 1,8% per jaar, terwijl op kleigrond een daling van ongeveer 3,6% per jaar wordt gezien. In 2026 gaan onderzoekers deze verschillen in overleving en voedselbeschikbaarheid nader onderzoeken en koppelen ze nieuwe gegevens aan STONE’s voortplantingsonderzoek en een nieuw populatiemodel.
Praktische maatregelen horen erbij: een vernieuwde Erfwijzer met adviezen voor erfbeheer, een handleiding voor projectontwikkelaars en een Steenuilenfonds dat terreineigenaren ondersteunt bij het creëren van geschikt leefgebied. Publieke deelname is nadrukkelijk welkom via twee citizen science-projecten: ‘Zet de Steenuil op de kaart’ (telgebieden claimen) en ‘De roep van de Steenuil’—geluidsonderzoek met kleine Birdweather PUC‑microfoons om uilenroepen vast te leggen en later te analyseren. Wie wil steunen kan ook een houten steenuil kopen via Sovon. Vooral in kleinschalige, halfopen landbouwgebieden zoals Achterhoek, Twente, delen van Noord-Brabant en het rivierengebied moet het werk plaatsvinden om deze geliefde maar kwetsbare uil opnieuw meer kans te geven.