200 jaar Feijenoord: 'Begreep de kritiek niet, ik woonde er heel prettig'
In dit artikel:
De Rotterdamse wijk Feijenoord bestaat deze week 200 jaar. Ter gelegenheid daarvan worden verhalen van bewoners verzameld in het ‘Museum van de Toekomst’, onder meer in portieken, buurthuizen en de gondels van een tijdelijk reuzenrad. De viering wil laten zien dat de wijk meer is dan het hardnekkige beeld van criminaliteit en onveiligheid.
Bewoners zoals Madhevi Jadoenathmisier, die er al 38 jaar woont, voelen een sterke verbondenheid met Feijenoord. Ook stedenbouwkundige Merve Boyuk, die er opgroeide, zegt dat de wijk in werkelijkheid prettiger en hechter is dan buitenstaanders vaak denken. Stadshistoricus Paul van de Laar legt het negatieve imago uit vanuit de negentiende eeuw, toen Rotterdam zich ten zuiden van de Maas uitbreidde. Feijenoord werd een woongebied voor havenarbeiders en arbeidsmigranten en werd daardoor langdurig als ‘anders’ gezien.
Volgens de geïnterviewden krijgen de inzet van vrijwilligers en de sociale verbanden in de wijk te weinig aandacht. Tegelijkertijd maken zij zich zorgen over beleid rond Rotterdam-Zuid. Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid werkt sinds 2011 aan beter onderwijs, werk en wonen, onder meer door duurdere huur- en koopwoningen te bouwen. Boyuk vreest dat dit vooral hogere inkomens aantrekt, terwijl armoede en de problemen van huidige bewoners blijven bestaan. Ze verwijst ook naar de sloop van woningen in de Tweebosbuurt, waar bewoners vreesden dat er te weinig sociale huurwoningen zouden terugkeren.
Van de Laar waarschuwt dat investeringen niet mogen leiden tot verdringing, zoals volgens hem in Katendrecht gebeurde. Boyuk en bewoners vinden dat beleidsmakers beter moeten luisteren naar de gevolgen van plannen, bijvoorbeeld bij parkeer- en herinrichtingsmaatregelen. Ze pleiten voor langdurige betrokkenheid van bewoners, voldoende betaalbare woningen en een toekomstvisie waarin de mensen die Feijenoord hebben opgebouwd centraal blijven staan.
De Oranjezomer: Theo Janssen ziet op tegen één ding bij Studio Sport: ‘Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk’