2.000 miljard euro: zoveel geld heeft Europa volgens Ursula von der Leyen nodig

dinsdag, 28 april 2026 (11:35) - VRT Nieuws

In dit artikel:

De Europese meerjarenbegroting voor 2028–2034 staat de komende maanden centraal in het Europese politieke debat. De Commissie heeft vorig jaar een ambitieus voorstel op tafel gelegd: 2.000 miljard euro over zeven jaar (ongeveer 285 miljard per jaar), wat neerkomt op circa 1,26 procent van het Europese bbp. Dat bedrag moet enerzijds de gewone EU-uitgaven dekken en anderzijds (voor 0,11 procentpunt van het bbp) bijdragen aan de terugbetaling van de schulden die zijn aangegaan voor het coronaherstelfonds (NextGenerationEU). De huidige meerjarenbegroting (2021–2027) loopt ten einde, dus er moet een nieuw akkoord komen — en dat vereist unanimiteit van alle 27 lidstaten.

Wat betaalt de EU nu en waaraan? Het huidige EU-budget financiert duizenden projecten: lokale initiatieven zoals het WIFI4EU-netwerk, infrastructuurprojecten in Polen, toeristische en landbouwprojecten, universitaire onderzoeken en de grote landbouwsubsidies (ruim een derde van het budget). Die Europese steun is zichtbaar door borden “gedeeltelijk gefinancierd door de EU”, maar er is ook kritiek: de Europese Rekenkamer signaleert jaarlijks gebreken en er is fraude waarvoor het Europees Openbaar Ministerie is ingesteld.

Waar het geld vandaan komt is een heet hangijzer. Tot nu toe vormen nationale afdrachten de grootste inkomstenbron; daarnaast komen ongeveer 20 procent van de inkomsten uit douanerechten op import. De Commissie wil het aandeel “eigen middelen” uitbreiden: ze stelt onder meer voor dat de lidstaten niet langer 25 procent, maar slechts 10 procent van de invoerrechten mogen houden — dat zou de EU circa 16 miljard extra per jaar opleveren. Verder wil de Commissie nieuwe Europese heffingen introduceren en mikt ze op ongeveer 60 miljard euro uit maatregelen zoals een heffing op elektronisch afval (17 miljard), tabaksproducten (12 miljard), een aandeel in uitstootrechten (11 miljard) en een heffing op grote multinationals (7 miljard).

Die voorstellen lopen echter stuk op verdeeldheid tussen lidstaten. Tijdens een informele top op Cyprus kwamen de standpunten scherp naar voren: Frankrijk en Polen willen vooral de landbouw- en cohesiesubsidies beschermen; landen in Centraal- en Oost-Europa hameren op behoud van regionale steun; de zuinige landen — met Nederland en Duitsland voorop — pleiten voor een kleiner totaalbudget met meer focus op concurrentiekracht. Veel regeringen zien nieuwe Europese belastingen niet zitten. Nationale politieke gevoeligheden spelen mee: regeringsleiders moeten rekening houden met kiezers en komende verkiezingen in Frankrijk (2027), Italië, Polen en Spanje maken concessies lastiger.

Het Europees Parlement wil juist méér geld: vier grote fracties (christendemocraten, sociaaldemocraten, liberalen en groenen) vragen ongeveer 10 procent meer dan het Commissievoorstel. Het Parlement wil het sociale fonds, klimaat- en milieu-uitgaven en programma’s als Erasmus beschermen en tegelijkertijd meer middelen uittrekken voor defensie, technologie en innovatie. Het Parlement dreigt een akkoord van regeringsleiders te verwerpen wanneer dat volgens hen te beknibbelt op prioriteiten — al heeft het in de formele procedure minder invloed dan de lidstaten.

Een complicerende erfenis is de beslissing van 2020 om massaal te lenen voor het herstelpakket: die schulden moeten vanaf 2028 worden afbetaald. Bij de top van toen (onder leiding van Charles Michel) is afgesproken dat er nieuwe inkomsten voor de EU zouden komen, maar concrete overeenstemming daarover ontbreekt. Een alternatief dat wordt genoemd is het opnieuw lenen om oude schulden te herfinancieren — dat verschuift het probleem, maar zou renteverplichtingen in stand houden.

Voor individuele lidstaten zijn de cijfers concreet voelbaar. België betaalde de afgelopen jaren jaarlijks ongeveer 4 tot 4,5 miljard euro aan de EU; dat bedrag kan volgens schattingen verder stijgen met 2 miljard of meer, al circuleren variërende inschattingen. Premier Bart De Wever voerde kritiek aan op het Commissievoorstel en pleitte voor een lager totaal.

Tijdslijnen en politieke dynamiek maken onderhandelingen lastig: Cyprus, dat tot eind juni voorzit, werkt aan een cijfermatig voorstel dat de basis wordt voor de gesprekken die naar verwachting deze zomer en herfst zullen escaleren. De Portugese premier António Costa, opvolger van Charles Michel, wil uiterlijk in december van dit jaar een akkoord tussen de 27 regeringsleiders. Maar door de politieke kalender en het feit dat elk land veto kan stellen, beloven de besprekingen pittig en langgerekt te worden.

Samengevat draait de discussie om meer dan tientallen miljarden: het gaat om fundamentele vragen over solidariteit tussen rijkere en armere lidstaten, over welke taken op Europees niveau moeten worden gefinancierd (landbouw en cohesie versus defensie, technologie en energie), en over de vraag of de EU eigen belastingen mag heffen of verder schulden mag aangaan. Diplomaten, ministers en parlementariërs hebben de komende maanden veel gewichtige keuzes en compromisvormen te smeden — met mogelijk grote gevolgen voor de Europese politiek en nationale portemonnees.