2.000 miljard euro volstaat niet voor Europees Parlement: meerjarenbegroting moet 10 procent hoger
In dit artikel:
Het Europees Parlement heeft vandaag een resolutie aangenomen die oproept het door de Europese Commissie voorgestelde meerjarig financieel kader (MFK) voor 2028–2034 met 10 procent op te trekken: van 2.000 miljard euro naar 2.200 miljard euro. De commissie had vorig jaar een pakket van 2.000 miljard gepresenteerd (ongeveer 1,26% van het gezamenlijke EU‑bbp); de lidstaten in de Europese Raad moeten daar de komende weken over onderhandelen en moeten unanimiteit bereiken — wat niet vanzelfsprekend lijkt, omdat sommige landen, waaronder België, het bedrag te hoog vinden.
Het Parlement wil vooral dat een groot deel van de extra 200 miljard gebruikt wordt om de terugbetaling van leningen uit het coronaherstelfonds veilig te stellen, zodat die aflossingen andere beleidsprioriteiten niet wegdrukken. Vier fracties steunden het voorstel: EVP, S&D, Renew Europe en de Groenen. Renew‑Europarlementslid Hilde Vautmans vatte de motivatie bondig samen: "Europa moet investeren in zijn toekomst, niet besparen op zijn ambities."
Tegengeluid kwam van onder anderen N‑VA’er Johan Van Overtveldt, die als voorzitter van de Begrotingscommissie zich onthield en waarschuwt dat een hogere EU‑begroting ook gevolgen heeft voor de nationale financiën. Hij vindt een verhoging prematuur zolang er geen grondige beoordeling van Europese uitgaven door het Europees Rekenhof is en pleit ervoor eerst concrete stappen te zetten op het vlak van een sterker interne marktbeleid, kapitaalmarkten en deregulering.
De resolutie scherpt de onderhandelingspositie van het Parlement aan, maar definitieve besluiten vergen nog akkoord van de lidstaten.