100 inwoners verdronken in 2025, vooral 60-plussers
In dit artikel:
In 2021–2025 verdronken 464 inwoners van Nederland. Meer dan de helft (53,7%) gebeurde in open water zoals sloten, rivieren, kanalen en grachten; 15,7% vond plaats in vijvers of plassen, ruim 16% binnen of bij huis en tuin, en 4,1% in zee. Zwembaden waren met 1,9% een kleine plek van verdrinkingen; 4,5% gebeurde in buitenwater waarvan de precieze locatie onbekend was.
Historische trend: sinds 1950 daalde het aantal verdrinkingen sterk, vooral bij kinderen. In de decennia na de jaren tachtig bleef het aantal slachtoffers onder kinderen tot 10 jaar verder afnemen. De afgelopen 25 jaar ligt het hoogste risico echter bij 60-plussers: in 2025 bedroeg het gestandaardiseerde sterftecijfer gemiddeld 0,6 verdrinkingen per 100.000 inwoners; bij 60‑plussers was dat 0,8 per 100.000, terwijl het laagst was bij kinderen onder 10 jaar (0,2 per 100.000). Over de periode 2021–2025 vormt de groep 60+ ongeveer 41% van alle verdrinkingsdoden.
Oorzaken (voorlopige cijfers 2025): van de slachtoffers in 2025 waren er circa 100 het gevolg van een ongeluk, 100 door zelfdoding en 42 door een verkeersongeval. Bij verkeersdoden leidde dat in ongeveer 90% van de gevallen tot verdrinking nadat een vervoermiddel (vaak fiets of auto) het water in reed; overige verkeersdoden ontstonden bij ongevallen op het water met bijvoorbeeld boten of kano’s. Bij mensen onder de 60 jaar komen accidentele verdrinkingen relatief vaak voor; bij 60‑plussers is zelfdoding een belangrijke oorzaak.
Regionale verdeling: in de afgelopen vijf jaar deed een kwart van alle verdrinkingen zich voor in Zuid‑ en Noord‑Holland (respectievelijk 115 en 86 dodelijke slachtoffers). Gezet tegen de hoeveelheid oppervlaktewater zijn de aantallen per km2 water het hoogst in Utrecht (0,44), gevolgd door Noord‑Brabant en Limburg (beide 0,32).
Korte conclusie/implicatie: de meeste verdrinkingen gebeuren in wegennet van sloten en binnenwateren nabij bewoning en treffen relatief vaak ouderen. Preventie kan daarom baat hebben bij gerichte maatregelen bij lokale waterlopen, voertuigveiligheid langs waterkanten en specifieke aandacht voor risicogroepen zoals ouderen (en bij jeugd: blijvende aandacht voor veiligheid en toezicht).