1 januari gaan miljarden aan pensioengeld over op het nieuwe stelsel. Wat gaat er veranderen?

dinsdag, 30 december 2026 (14:34) - NRC Handelsblad

In dit artikel:

Volgende week zetten 24 Nederlandse pensioenfondsen de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel; onder hen drie van de vijf grootste: Pensioenfonds Zorg & Welzijn (PFZW, ruim 3 miljoen deelnemers), BpfBouw (±750.000) en PMT (±1,2 miljoen). Eerder maakten al zes kleine fondsen de stap. De overgang — officieel “invaren” — gaat op 1 januari van start; definitieve uitkeringsbedragen volgen pas nadat fondsen op 31 december hun dekkingsgraad hebben vastgesteld en ICT-systemen de transitie hebben doorstaan.

Waarom de verandering? Het oude systeem was bedacht voor een stabiele loopbaan bij één sector/werkgever en gebruikt een ‘doorsneepremie’: elke ingelegde euro bouwt voor iedereen evenveel pensioen op. Door een flexibeler arbeidsmarkt met vaker baanwisselen en onderbroken loopbanen is dat model volgens toezichthouder DNB niet toekomstbestendig. Het nieuwe stelsel splitst grote collectieve potten in persoonlijke pensioenvermogens, schaft de doorsneepremie en de rekenrente af, en maakt uitkeringen sneller afhankelijk van beleggingsresultaten. Daardoor kunnen pensioenen bij goede prestaties eerder stijgen, maar bij tegenvallende markten ook makkelijker dalen — risico’s verschuiven dus meer naar deelnemers.

Wie profijt of nadeel ondervindt? Middelbare werkenden (ongeveer 40–55 jaar) kunnen relatief verliezen, omdat zij in het oude stelsel via de doorsnee-opbouw vaak meer hadden ingelegd voor latere uitkeringen. Het compenseren van deze groep blijft een heet hangijzer. Tegelijk krijgen gepensioneerden en andere deelnemers mogelijk ruimte voor verhogingen doordat fondsen met het nieuwe kader minder buffers hoeven aan te houden; PFZW kondigt bijvoorbeeld een eenmalige ‘invaarbonus’ aan om gemiste indexatie uit het verleden te compenseren.

Politiek en kritiek: afgelopen jaar probeerde ex-Tweede Kamerlid Agnes Joseph (NSC, later BBB) extra inspraak en bezwaarrechten voor deelnemers af te dwingen bij de overgang; haar amendement werd in de Kamer nipt verworpen. Critici als advocaat en pensioenspecialist Hans van Meerten vinden dat deelnemers onvoldoende zeggenschap, rechtsbescherming en keuzevrijheid krijgen; hij voorziet meer onrust. Toezichthouder AFM en adviesbureau KPMG waarschuwen vooral over gebrekkige communicatie: fondsen presenteren veel informatie, maar leggen niet altijd helder uit wat verschillende scenario’s concreet voor individuele uitkeringen betekenen.

Praktische problemen en voorbeelden: veel deelnemers begrijpen de brieven niet of missen inzicht in hoe buffers en partnerpensioen zijn verrekend. Deelnemer Corné van Bokhoven ontdekte dat zijn verwachte uitkering kan dalen doordat het partnerpensioen uit zijn spaarpot wordt betaald, maar het fonds geeft hem voorlopig geen rekenmodel zonder die verrekening. Sommige fondsen experimenteren creatief met communicatie: het Schoonmaakpensioenfonds ontwikkelde met AI een meertalige app (Textbuddy) zodat migrantenachterban persoonlijke brieven en toelichtingen in eigen taal kan opvragen.

Wat staat deelnemers te wachten? Na de overstap moeten fondsen definitieve berekeningen maken op basis van de dekkingsgraad per 31 december; uitkeringen worden daarna met terugwerkende kracht aangepast. De grote aandachtspunten blijven: heldere, toegankelijke communicatie, eerlijke compensatie voor getroffen groepen en robuuste ICT-uitvoering. De transitie biedt kansen voor meer transparantie en toekomstbestendigheid, maar brengt ook onzekerheid en grotere marktrisico’s voor individuele deelnemers — en daarmee het risico op aanhoudende onvrede.