1 jaar na 'Liberation day' voelen Vlaamse ondernemers nog altijd gevolgen: "Amerikaanse markt op 1 dag volledig stilgevallen"
In dit artikel:
Een jaar na de zogenaamde 'Liberation Day' — de dag waarop de Amerikaanse president Donald Trump nieuwe invoertarieven aankondigde — kampen veel Vlaamse bedrijven nog met de nasleep van die maatregel. Hoewel Washington in februari de tarieven formeel introk, blijft de onzekerheid groot: Flanders Investment & Trade rapporteert een daling van de Vlaamse export naar de VS met 21,6 procent, goed voor een verlies van ongeveer 5,7 miljard euro.
Kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's) voelen de klap het hardst. Van de 5.617 Belgische exporteurs naar de VS is 92 procent een kmo. Onderzoek van Unizo toont aan dat kmo's reageren door kosten te besparen (15%), prijzen te heronderhandelen (11%) of nieuwe markten te zoeken (14%), maar 40% geeft aan de komende maanden geen ruimte te hebben om te investeren. Dat illustreert hoe kwetsbaar veel bedrijven zijn voor plotselinge handelsverstoringen.
Twee concrete cases maken de impact tastbaar. Ingeborg D’hoker van de Antwerpse kralenzaak AncientVintageBeads verloor ongeveer 70% van haar Amerikaanse klanten. Haar zaak verkoopt vooral antieke kralen, veel afzet was richting VS vanwege sterke handelsrelaties met Afrika. Door de invoertarieven en vaste administratieve kosten werden kleine bestellingen (vaak €50–€150) voor Amerikaanse kopers veel duurder, waardoor de vraag wegviel. D’hoker betaalde tijdelijk invoerrechten zelf via DDP (Delivered Duty Paid), leed extra verzendkosten door teruggestuurde pakketten en introduceerde een 'start a box'-systeem om bestellingen te clusteren en zo de kosten per zending te drukken. Ondanks verschuiving naar Europese klanten blijft het Amerikaanse marktverlies voor haar groot: “De Amerikaanse markt is veel groter”, aldus Ingeborg, en de omzetdaling kost haar maandelijks duizenden euro’s.
Het schoenenmerk Lennertson uit Genk, opgericht door Robin Carlo Kuijpers en Robin Todde, zag ook een directe impact. Hoewel het merk aanvankelijk niet onder de nieuwe tarieven viel, veroorzaakte de politieke commotie en een verzwakkende dollar een onmiddellijke terugval. Daarnaast werd de zogenaamde minimis-vrijstelling (kleinwaardezendingen die normaal vrijgesteld zijn van invoerheffing) afgeschaft, waardoor klanten tot circa 100 dollar extra per paar schoenen moesten betalen. Dat maakte sommige bestellingen onrendabel; tegelijk keert de vraag langzaam terug nu kosten duidelijker zijn. Een ander knelpunt blijft inconsistente toepassing door douane en koeriers: soms worden onterecht invoerheffingen op retouren gerekend.
Beide ondernemingen proberen markten te diversifiëren (onder meer Duitsland), maar ervaren dat Europese consumenten anders kopen dan Amerikanen. Conclusie: veel Vlaamse kmo’s zoeken nieuwe verkoopkanalen, maar de omvang en koopcultuur van de Amerikaanse markt zijn moeilijk te vervangen. De blijvende onvoorspelbaarheid van handelsbeleid en administratieve uitvoeringspraktijken zorgt ervoor dat herstel traag en precair blijft.