1 jaar na de val van Assad: hoe staat Syrië er nu voor onder president Al-Sharaa?
In dit artikel:
In Damascus en andere Syrische steden wordt de eerste verjaardag herdacht van de val van het Assad-regime op 8 december 2024, toen rebellenleider Ahmed al-Sharaa (ook bekend als al-Jolani) met zijn HTS-milities de hoofdstad innam en president Bashar al-Assad uitweek naar Moskou. Waar vorig jaar euforie en bevrijde gevangenen uit het Sednaya-complex de straten vulden, vinden er nu officiële herdenkingen plaats: militaire parades en een toespraak van Al-Sharaa, die de dag begon met gebed in de Grote (Omajjaden)moskee en opnieuw oproept tot nationale eenheid.
VRT-journalist Jens Franssen, ter plaatse in Damascus, schetst een beeld van voorzichtig optimisme. Het openbare leven herneemt zich: hotels en cafés blijven alcohol schenken, vrouwen lopen zonder hoofddoek en christenen bezoeken kerken. Politiek trekt Al-Sharaa volgens waarnemers een gematigde, pragmatische lijn: hij wil afstappen van de oude geleide economie en organiseert voorlopig regionale verkiezingen, terwijl landelijke stembusgangen worden uitgesteld totdat er politieke partijen en een functionerend bestuur zijn. Hij leidt voorlopig een overgangsregering en heeft aangegeven dat het opzetten van instellingen en een nieuwe grondwet nog jaren zal vergen.
Toch blijft de situatie fragiel. Grootschalige gevechten zijn verdwenen, maar sektarisch geweld en geweldsuitbarstingen tegen alawieten, christenen en druzen hebben honderden doden geëist. Radicaalere elementen binnen HTS zijn niet altijd onder volledige controle. Ook het dossier van verdwenen mensen blijft pijnlijk: naar schatting 150.000 burgers die in de tijd van Assad verdwenen, zijn nog vermist. Al-Sharaa richtte een nationale commissie op, maar ballingschapsorganisaties klagen dat hun expertise nauwelijks wordt benut en dat massagraven weinig onderzocht worden.
Internationaal is Syrië weer zichtbaar, maar versnipperd. Koerdische machthebbers in het noordoosten hebben een de facto autonomie, Turkije-steun dekt gebieden in het noorden en Israël controleert een bufferzone nabij de Golan. Buitenlandse betrekkingen verschoof van Rusland en Iran richting VS en Golfstaten; Al-Sharaa kreeg internationale erkenning, nodigde westerse contacten en zag sancties deels worden opgeheven.
De humanitaire situatie blijft kritiek: volgens de VN keerden ruim 3 miljoen Syriërs terug (1,2 miljoen uit het buitenland, 1,9 miljoen ontheemd binnenlands), terwijl ongeveer 16 miljoen mensen afhankelijk zijn van hulp. De economie toont herstelsignalen deels dankzij terugkeerders, maar biedt weinig zekerheid voor wie terugkeert. In Europa volgen gesprekken over terugkeerbeleid: België en andere landen bekijken repatriëringen van Syriërs die strafbare feiten pleegden.