1 april | Column Henk Folkerts
In dit artikel:
Henk Folkerts beschrijft op 1 april vroeg in de ochtend hoe hij inmiddels wantrouwig door het leven loopt en toch ooit een serie kinderachtige en volwassen aprilgrappen trapte. Als jongen fietste hij ooit voor een zogenaamd “plintentrapje” naar een schilder (dat niet bleek te bestaan) en later stond hij in de stromende regen op het Raadhuisplein in Apeldoorn te wachten op gratis taart die nooit werd uitgedeeld — beide voorbeelden van hoe goedgelovigheid hem te kijk zette.
Hij noemt ook recente grappen: een HEMA-actie met een worst die je kon laten graveren en een lokale 1-aprilstunt van verloskundigenpraktijk EVE in Emmen, die de ‘Weeën-Wisselaar 3000’ aankondigde — een apparaat waarmee partners tijdelijk weeën zouden kunnen overnemen. Die vond hij te doorzichtig om erin te trappen.
Vervolgens schakelt Folkerts over op lente- en paasrituelen: paasvuren, eieren zoeken, over een maand het dauwtrappen, meubelboulevards bezoeken en lammetjes kijken bij de boer. Hij spitst zich toe op het paasontbijt, dat volgens hem ontaardt in een overdadige tafel vol luxe broodjes, croissants, zalm, meerdere soorten sap en vooral een ei dat als het middelpunt wordt behandeld — met mensen die zich druk maken of het wel hard gekookt is. Die culinaire overdaad, met veel zoetigheid zoals chocolade-eitjes en suikerbrood, spreekt hem tegen; hij betwijfelt of iemand daar echt zin in heeft bij het ontwaken.
Uiteindelijk besluit hij het bij één simpel, hardgekookt ei te houden — een kleine, bewuste terugkeer naar eenvoud temidden van lentegewoontes en opgeklopte tradities.