De Trump-regering heeft dagvaardingen ingetrokken die waren uitgevaardigd tegen verschillende journalisten van The New York Times die schreven over beveiligingsgebreken aan de nieuwe Air Force One. Het toestel, een Boeing 747-8 dat door de regering van Qatar is geschonken en later is omgebouwd, kwam onder vuur te liggen nadat president Donald Trump eerder deze maand een NAVO-top in Turkije verliet aan boord van het oudere vliegtuig.
Tijdens een hoorzitting bij de federale rechtbank deelde Sean Buckley van het kantoor van de Amerikaanse officier van justitie in Manhattan rechter Arun Subramanian mee dat het Openbaar Ministerie bereid was de dagvaardingen eenzijdig in te trekken. Hiermee komt een einde aan de poging om getuigenissen te verkrijgen van journalisten als Julian E. Barnes, Eric Lipton en Eric Schmitt, evenals telefoonrecords van die journalisten en de extra co-auteurs Adam Goldman en Tyler Pager.
Rechter Subramanian had sterke bedenkingen geuit over de aanpak van de regering en benadrukte dat dagvaardingen het laatste redmiddel zijn en geen eerste stap. The New York Times had verzocht de eisen te vernietigen en stelde dat ze te kwader trouw waren uitgevaardigd om de krant te straffen voor haar berichtgeving.
De oorspronkelijke artikelen van The New York Times beschreven het ontbreken van antiraketsystemen en andere beveiligingsvoorzieningen op het nieuwe presidentiële vliegtuig. De berichtgeving leidde ertoe dat het Witte Huis een intern onderzoek startte naar de bron van de informatie.
Dagvaardingen zijn de laatste stap, niet de eerste stap, maar de laatste stap.