De Spaanse selectie heeft zijn tweede ster veroverd op het WK 2026 en neemt daarmee een prominente plaats in in de voetbalgeschiedenis. De zege opent ook een nog grotere uitdaging over vier jaar, wanneer het toernooi terugkeert naar het Iberisch schiereiland samen met Portugal en Marokko.
De selectie zal niet alleen de titel verdedigen, maar krijgt ook de kans iets te bereiken wat maar heel weinig teams in meer dan negentig jaar WK-geschiedenis is gelukt.
Twee WK’s op rij winnen blijft een uitzonderlijke prestatie. Slechts twee landen slaagden daarin in de hele geschiedenis. Als eerste was dat Italië in de jaren dertig, met spelers als Giuseppe Meazza. Het won in 1934 tegen Tsjecho-Slowakije en herhaalde dat in 1938 tegen Hongarije.
Twintig jaar later volgde Brazilië met Pelé. Het team won de WK’s van 1958 en 1962 met een onvergetelijke generatie die ook Garrincha en Vavá telde. Pelé was pas 17 in Zweden en liet toen al zijn stempel achter op het grootste voetbaltoernooi.
Het tweede doel is de trofee als gastland veroveren. Sinds Frankrijk dat in 1998 deed met Zinedine Zidane, is geen enkel organiserend land daarin geslaagd. Noch Zuid-Korea en Japan in 2002, noch Duitsland in 2006, Zuid-Afrika in 2010, Brazilië in 2014, Rusland in 2018 of Qatar in 2022.
Voor die reeks slaagden sommige gastlanden er wel in: Uruguay in 1930, Italië in 1934, Engeland in 1966, West-Duitsland in 1974 en Argentinië in 1978.
In 2030 krijgt de Spaanse selectie onder leiding van Luis de la Fuente de kans om in beide selecte groepen door te dringen. De moeilijkheidsgraad is enorm, maar het team heeft al laten zien grote uitdagingen te kunnen overwinnen.
Het Spaanse elftal komt vol vertrouwen na de titel van 2026 en met spelers die in cruciale momenten het verschil wisten te maken.