Duits nutsbedrijf RWE AG heeft aangegeven slechts een kleine rol te spelen in een eventuele deal voor het staatsbedrijf Uniper SE, ook nadat het de krachten heeft gebundeld met private-equityfirma KKR & Co. voor een niet-bindend bod op het bedrijf.
Topman Markus Krebber zei tegen Bloomberg dat elk belang dat RWE zou nemen “zeer, zeer beperkt en klein” zou blijven. Hij wees op de al aanzienlijke aanwezigheid van het bedrijf in de Duitse energiesector als belangrijkste reden.
“Gezien onze marktpositie van vandaag is een overname van Uniper door RWE niet mogelijk, en dat is ook niet wat we nastreven”, aldus Krebber in het interview.
De samenwerking met KKR verraste beleggers. RWE had eerder weinig interesse getoond in Uniper, waardoor de nieuwe aanpak een opvallende koerswijziging is. Beide bedrijven behoren tot de grootste energiebedrijven van Duitsland, wat zorgen oproept over regelgeving en concurrentie bij gecombineerde controle over stroom- en gasactiva.
Berlijn verwierf zijn belang in Uniper tijdens de Europese energiecrisis van 2022 en wil dat belang nu verkleinen. Het ministerie van Financiën heeft laten weten dat het de gastrading- en stroomproductie-eenheden van Uniper bij elkaar wil houden en na een transactie ongeveer 25 procent wil behouden.
Het voorstel van KKR en RWE maakt deel uit van een bredere veiling. Andere geïnteresseerde partijen zijn het Noorse Equinor ASA, een consortium van Brookfield Asset Management Ltd. en de Canada Pension Plan Investment Board, en het EPH van de Tsjechische miljardair Daniel Kretinsky.
De werknemersvertegenwoordigers van Uniper hebben zich sterk uitgesproken tegen een verkoop. Zij stellen dat een beursgang, die de overheid nog overweegt, de onafhankelijkheid van het bedrijf beter zou waarborgen.