De controverse tussen Real Madrid en Atlético de Madrid over Julián Álvarez ontstond na een verklaring van de witte club waarin werd beweerd dat er 150 miljoen euro was geboden voor de Argentijnse aanvaller. Vanuit het Metropolitano reageerde men met ironische berichten op sociale media die de versie van de feiten in twijfel trokken.
In werkelijkheid werd er vanuit de Castellana gebeld om interesse te tonen en te informeren naar de situatie van de speler. Bij Atlético werd echter meteen duidelijk gemaakt dat Julián Álvarez niet te koop is en werd het gesprek niet voortgezet. De weigering staat al vast sinds Barcelona toenadering zocht, gebruikmakend van de voorkeur van de aanvaller voor Camp Nou en zijn weigering om te verlengen voor 10 miljoen per jaar.
Het telefoontje werd snel beëindigd. Bij Atlético waardeerde men dat Real Madrid rechtstreeks contact opnam, in tegenstelling tot Barcelona, al verbaasde het hen dat er daarna een verklaring werd gepubliceerd die niet volledig overeenkwam met wat er was gebeurd.
Volgens Atlético werd er op geen enkel moment over bedragen gesproken, omdat vanaf het eerste moment duidelijk werd gemaakt dat een transfer onmogelijk was. De club benadrukt dat geen enkel bod zal worden overwogen en verwijst altijd naar de ontslagclausule van 500 miljoen euro, die geldt voor elke club.
De vermelding van 150 miljoen in de verklaring van Real Madrid zorgde voor verbazing in het Metropolitano, omdat die som volgens hen nooit ter sprake is gekomen.
Atlético koos voor de gebruikelijke sarcastische toon in zijn berichten om de rivaal te antwoorden. Men was blij dat de nieuwe voorzitter van Real Madrid nu goede relaties nastreeft, nadat eerdere contacten veel te wensen overlieten. Ook werd gevraagd om te stoppen met pogingen om jeugdspelers weg te lokken.
Naast het herhalen dat Julián Álvarez niet te koop is, benadrukte de rood-witte club met trots dat de twee grote Spaanse clubs strijden om hun aanvaller en herinnerde eraan dat zijn contract hem tot 2030 aan Atlético bindt.