De Segunda División sloot zijn seizoen af met een klassement dat uitnodigt om de statistieken aandachtig te bekijken. Racing de Santander werd na 42 speeldagen kampioen, maar deed dat met 61 tegendoelpunten.
Het gegeven valt op als het wordt vergeleken met de onderste regionen. Zaragoza, laatste en al gedegradeerd, eindigde met 59 tegendoelpunten. Twee minder dan de ploeg die de titel pakte. Almería, dat als derde eindigde en strijdt voor promotie via de play-offs, kreeg 63 doelpunten tegen, vier meer dan de hekkensluiter.
Twee van de drie hoogst geklasseerde teams vertoonden een grotere defensieve kwetsbaarheid dan de ploeg die de ranglijst sloot. De paradox dwingt tot een heroverweging van gevestigde ideeën over hoe successen in de divisie worden opgebouwd.
Jarenlang is benadrukt dat overwinningen voortkomen uit stabiliteit achterin en clean sheets. Dit seizoen toont aan dat losse cijfers tot misvattingen kunnen leiden. Racing en Almería compenseerden hun defensieve gaten met een groot aanvallend vermogen waardoor ze in open wedstrijden punten konden pakken.
Zaragoza daarentegen bood meer weerstand dan de eindpositie doet vermoeden, maar miste de effectiviteit om die weerstand om te zetten in zeges. Het hedendaagse voetbal beloont het team dat kansen creëert meer dan het team dat zich alleen maar beperkt tot het dichtstoppen van ruimtes.
Tegendoelpunten vertellen slechts een deel van het verhaal. Het seizoen heeft duidelijk gemaakt dat succes afhangt van het vinden van de juiste balans tussen beide helften van het veld. Terwijl sommige teams zich beperkten tot overleven in gesloten duels, bereikten anderen hun doelen dankzij hun vermogen om meer te scoren dan ze incasseerden.
De cijfers van deze Segunda División dienen als herinnering dat statistieken zonder context niet altijd de volledige werkelijkheid van het spel weergeven.