De Formule 1 keert dit weekend terug naar het legendarische Autodromo Nazionale Monza voor de Italiaanse Grand Prix. Het iconische circuit, door de locals vaak La Pista Magica genoemd, combineert een rijke geschiedenis met hoge snelheids eisen die zowel de auto’s als de coureurs tot het uiterste dwingen.
De werkzaamheden aan het Autodromo Nazionale Monza werden in 1922 in slechts 110 dagen afgerond, waardoor het het derde speciaal gebouwde circuit ter wereld werd na Brooklands in Groot-Brittannië en Indianapolis in de Verenigde Staten. De oorspronkelijke lay-out bevatte spectaculaire overhellende bochten naast de buitenbochten die vandaag nog steeds worden gebruikt.
Het circuit ontving zijn eerste bezoekers op 3 september 1922. Slechts zeven dagen later werd er dat seizoen de Italiaanse Grand Prix verreden. Monza maakte in 1950 deel uit van de allereerste Formule 1-kalender en staat sindsdien elk jaar op het programma, met slechts één uitzondering.
Max Verstappen reed op zijn polelap van 2025 een gemiddelde snelheid van 264 km/u, wat de pure snelheid benadrukt die vereist is. De auto’s rijden ongeveer tachtig procent van elke ronde op vol gas en bereiken hun topsnelheid op de 1,1 kilometer lange start-finish-straight voordat ze het historische parkgedeelte in duiken met zware remzones en scherpe chicanes.
Voormalig Renault-coureur Jolyon Palmer noemt Monza uniek maar tegelijkertijd eenvoudig. De sleutel ligt volgens hem in sterk remmen naar de eerste chicane en het beheersen van de balans van de auto door de vloeiende middensector.
Monza is uniek op de kalender, maar in veel opzichten ook het eenvoudigste circuit. Het is low downforce en alles begint met remmen naar de chicane voor sector 1 en het zo netjes mogelijk tot stilstand brengen van de auto voor bocht 1 – dat is de crux. In de middensector zijn de Lesmo’s eigenlijk leuker om te rijden dan ze eruitzien, met een lichte verkanting. Je kunt er wat snelheid in meenemen, je lijn kiezen voor een klein remmoment en weer door Lesmo 2. Grind kan je opwachten als je te veel vaart meeneemt in bocht 8/9/10 bij Ascari – het eerste deel van de bocht is cruciaal – maar het is er ook behoorlijk hobbelig. Blijf dan vol gas door 9 en 10, als je 8 goed hebt gedaan, wat je naar Parabolica of Curva Alboreto brengt (hernoemd naar de overleden Michele Alboreto). Helaas is het grind dat deze laatste bocht zo charmant maakte verdwenen, maar het blijft een mooie uitdaging: val aan, rij ruim aan de buitenkant om snelheid mee te nemen, gas erop zodra het kan en schiet de hoofdtstraight op. Vroeger was het gevaarlijk met het grind aan de buitenkant, nu is met de asfaltuitloop misschien wat van de spanning weg, maar crashen kan nog steeds en Monza blijft een fantastisch snel circuit.
De vernieuwde aerodynamische regels introduceren Straight Mode, waarbij auto’s de luchtweerstand kunnen verlagen voor betere efficiëntie op de rechte stukken. De achtervleugel opent zoals voorheen, terwijl ook de bovenste elementen van de voorvleugel zakken, waardoor wordt geschakeld tussen high-downforce bochtenconfiguraties en low-drag rechte-lijn instellingen. Monza kent vier aangewezen Straight Mode-zones: de start-finish-straight plus de stukken tussen bocht 3-4, 7-8 en 10-11.
Overtake Mode vervangt het voormalige DRS-systeem. Het verhoogt de terugwinning van elektrische energie en de vermogensafgifte, zodat coureurs langer hogere snelheden kunnen aanhouden. Er is één detectiepunt per ronde, net voor bocht 11, met activering mogelijk op de uitgang van die bocht naar de hoofdtstraight voor elke coureur die binnen één seconde van de voorligger zit.