De aftrap van het WK 2026 komt steeds dichterbij. Het wereldkampioenschap dat wordt georganiseerd door de Verenigde Staten, Mexico en Canada brengt 48 landen samen en zal een wereldwijd economisch effect hebben van 41.000 miljoen dollar, omgerekend 35.670 miljoen euro, volgens een rapport van Bank of America.
Met de zomerse transfermarkt voor de deur houden veel clubs de nationale selecties nauwlettend in de gaten. De totale waarde van de 48 deelnemende teams bedraagt momenteel 16.700 miljoen euro, volgens Transfermarkt.
Het oude continent domineert het veld. Acht van de tien duurste selecties komen uit de UEFA en de top vijf bestaat uitsluitend uit Europese teams. Frankrijk staat op de eerste plaats met een waarde van 1.470 miljoen euro. Kylian Mbappé (200 miljoen), Michael Olise (140 miljoen) en Ballon d’Or-winnaar 2025 Ousmane Dembélé (100 miljoen) voeren de Franse selectie aan.
Engeland volgt op de tweede plaats met 1.320 miljoen euro. Jude Bellingham van Real Madrid is het hoogst gewaardeerd met 140 miljoen, terwijl Declan Rice en Bukayo Saka van Arsenal elk 120 miljoen waard zijn.
La Roja completeert het podium met 1.270 miljoen euro en de jongste selectie van de top. Lamine Yamal en Pedri springen eruit met respectievelijk 200 en 150 miljoen, gevolgd door Martin Zubimendi met 80 miljoen.
Duitsland komt uit op 1.010 miljoen euro. Florian Wirtz van Liverpool FC leidt de lijst met 110 miljoen, gevolgd door Bayern-spelers Jamal Musiala en Aleksandar Pavlovic. Portugal bereikt 965 miljoen, met Vitinha en João Neves van PSG als topscorers met elk 110 miljoen.
Brazilië staat op de zesde plaats met 905,7 miljoen euro. Vinicius Jr. en Raphinha zijn de duurste spelers met 140 en 80 miljoen. Nederland komt net voor Argentinië met 763 miljoen, mede dankzij negen van de tien duurste spelers die in de Premier League uitkomen.
De regerend kampioen Argentinië noteert 762,5 miljoen en staat achtste. Julián Álvarez en Enzo Fernández leiden met elk 90 miljoen, terwijl de jonge Nico Paz 65 miljoen waard is na zijn seizoen bij Como.
Noorwegen komt uit op 586,5 miljoen euro, met Erling Haaland (200 miljoen) en Martin Ødegaard (65 miljoen). België bereikt 558,2 miljoen, waarbij Jérémy Doku van Manchester City 65 miljoen bijdraagt.
Ivoorkust voert de CAF aan met 517 miljoen euro. Senegal en Ghana volgen in het Afrikaanse klassement. De Verenigde Staten leiden de Concacaf op de zestiende plaats wereldwijd met 356,7 miljoen, voor Canada en Mexico. Japan domineert Azië met 265,5 miljoen, ruim voor Zuid-Korea en Oezbekistan.
Het duurste basiselftal van het toernooi bestaat grotendeels uit LaLiga-spelers, vooral uit El Clásico. Mbappé en Lamine Yamal delen de eerste plaats met 200 miljoen elk. Vinicius Jr. en Pedri volgen met 140 miljoen, gevolgd door Bellingham.
Pau Cubarsí en Joan García staan eveneens in dit ideale elftal. Declan Rice is de eerste speler buiten LaLiga, op de zesde plaats. Nuno Mendes, Achraf Hakimi en William Saliba maken de lijst compleet.
De kracht van de Spaanse clubs blijkt uit de vergelijking met de landen: Real Madrid komt uit op 1.340 miljoen en wordt alleen door Frankrijk overtroffen, terwijl Barcelona met 1.170 miljoen de vierde plaats zou innemen. Mbappé en Lamine Yamal samen zijn meer waard dan 33 van de 48 deelnemende selecties.
Aan de andere kant van het spectrum zijn Curaçao, Qatar, Irak en Jordanië de vier selecties met de laagste marktwaarde; samen zijn ze minder waard dan meerdere spelers uit het duurste basiselftal.