De publicatie van Adam Smiths The Wealth of Nations in 1776 markeerde de geboorte van de moderne economie. Een van de vroegste en meest enthousiaste lezers was Maria Edgeworth, een productieve romanschrijfster uit het regency-tijdperk wier verhalen stilletjes concepten als rent-seeking en productieve arbeid introduceerden bij lezers.
In haar tijd behoorde Maria Edgeworth tot de meest vooraanstaande literaire stemmen van Engeland. Ze verweefde praktische toepassingen van smiths theorieën in haar verhalen en bereikte daarmee een breed publiek dat academische teksten zelden bereikten. Haar aanpak hielp een hele generatie vertrouwd te maken met het opkomende vakgebied van de politieke economie.
Ondanks haar invloed verschijnt Maria Edgeworth zelden in standaardverslagen over de ontwikkeling van het vakgebied. Jeanna Smialek, Brussels bureauchef van The New York Times en auteur van de biografie The Invisible Hand of Maria Edgeworth, stelt dat deze omissie het beeld vertekent. Smialeks werk wil Edgeworth haar rechtmatige plaats onder de vroege economische denkers teruggeven.
Edgeworth onderhield vriendschappelijke contacten met prominente figuren als Thomas Malthus en David Ricardo. Deze interacties onderstreepten haar diepe betrokkenheid bij de hedendaagse debatten. De Ierse hongersnood leidde later tot belangrijke verschuivingen in het economische denken en illustreerde de maatschappelijke relevantie van de ideeën die zij verdedigde.
Door economische principes in meeslepende verhalen te verwerken, maakte Edgeworth abstracte theorieën toegankelijk. Haar methode toonde de kracht van literatuur om het publieke begrip van markten, arbeid en beleidsvraagstukken te bevorderen, onderwerpen die ook vandaag nog relevant zijn.