De triomf van Spanje op het WK heeft Luis de la Fuente bevestigd als een van de meest vooraanstaande coaches op de planeet. De Riojaner heeft een vlekkeloos kampioenschap geleid dat verder gaat dan zijn erkende vermogen om de kleedkamer te verenigen en het beste uit elke speler te halen.
Al voor de eerste wedstrijd nam De la Fuente moeilijke maatregelen door zwaargewichten als Álvaro Morata en Dani Carvajal uit de selectie te weren. De bondscoach erkende de persoonlijke prijs van deze keuzes, maar gaf prioriteit aan spelers die op dat moment in betere vorm verkeerden.
Tijdens het toernooi hield hij die lijn van risico aan. Na de gelijkmaker tegen Kaapverdië bracht hij Pedro Porro in de basis in plaats van Marcos Llorente en versterkte hij het middenveld met Dani Olmo om het aanvalspotentieel te vergroten. Beide keuzes verbeterden het collectieve spel.
Na de achtste finale tegen Portugal nam De la Fuente opnieuw een lastige beslissing met Pedri. De middenvelder presteerde onder verwachting en de coach koos ervoor hem vanaf de kwartfinales te sparen, waarbij hij hem beperkte tot de laatste 25 minuten per wedstrijd. De maatregel werkte en werd tot het einde van het toernooi gehandhaafd.
Ook de wissels waren cruciaal. Mikel Merino scoorde vanaf de bank tegen Portugal en herhaalde zijn rol tegen België. In de finale kwamen de beslissende acties van Nico Williams en Ferran, beiden tijdens de wedstrijd ingebracht en verantwoordelijk voor de actie die Spanje de titel opleverde.
De la Fuente kwam niet uit het niets. Hij heeft titels behaald met de jeugdelftallen: het EK onder 19, het EK onder 21 en olympisch zilver. Zijn aanstelling na Luis Enrique werd aanvankelijk gezien als een tijdelijke oplossing, maar vier jaar later is die perceptie volledig veranderd.
Zijn palmares omvat een Nations League, een finale van de Nations League, het EK en nu het WK. Deze prestaties plaatsen hem onder de grote trainers in de geschiedenis van de Spaanse selectie.
Het WK heeft De la Fuente buiten Spanje op de kaart gezet. Zijn team heeft een duidelijke en dominante identiteit behouden, zelfs onder maximale druk. Coaches uit andere landen, die hem nauwelijks kenden via zijn werk bij de bond, zien hem nu als een wereldwijde referentie.
De bondscoach heeft het vooroordeel doorbroken dat alleen trainers met jarenlange ervaring bij grote clubs op het hoogste niveau kunnen slagen. Met een briljant tactisch plan, kalm leiderschap en durf beslissingen streeft De la Fuente naar de prijs voor beste trainer ter wereld, in concurrentie met figuren als Luis Enrique.