De Federal Reserve publiceerde vrijdag haar laatste Survey of Consumer Finances, waaruit blijkt dat de inkomensongelijkheid onder Amerikaanse huishoudens over de drie jaar tot 2025 is afgenomen. Huishoudens met lagere inkomens zagen bescheiden loonsverhogingen, terwijl de inkomsten daalden voor degenen aan de bovenkant van de verdeling.
De dalingen op hogere inkomensniveaus kwamen grotendeels voort uit variabelere bronnen zoals vermogenswinsten en bedrijfsinkomsten. Economen beschouwen de driejaarlijkse enquête als het meest gedetailleerde beeld van huishoudfinanciën, met gegevens over vermogen, inkomen, schulden en financiële zekerheid in de bevolking.
Het mediane nettovermogen steeg met 2 procent naar 215.900 dollar, terwijl het gemiddelde met 7 procent toenam tot 1.241.500 dollar. De snellere groei van het gemiddelde cijfer benadrukt de concentratie van vermogen, waarbij de top 10 procent gemiddeld 56 keer zoveel bezit als de onderste 20 procent.
Het aandeel gezinnen dat aandelen bezit, daalde van 58 procent naar 56 procent tussen 2022 en 2025, ook al steeg de S&P 500-index met bijna 80 procent. Gezinnen in de onderste helft van de inkomensverdeling waren verantwoordelijk voor vrijwel de gehele daling in participatie.
Het totale aandeel gezinnen met enige schuld bleef stabiel op 77 procent. Wel nam het aandeel met zware betalingsverplichtingen toe: 8,6 procent rapporteerde een betalings-inkomensratio boven de 40 procent, het hoogste niveau sinds 2010.
De gemiddelde inkomens daalden voor zwarte en Aziatische gezinnen. De raciale vermogenskloof werd iets groter voor zwarte Amerikanen, die in 2025 een zevende van het vermogen van witte Amerikanen bezaten, een verhouding die sinds 2010 vrijwel onveranderd is.